
boutkunst is een associatief beeld- en taalspel, een spel tussen kijken en zien
In de zomer van 2026 gaat een boekje naar de maan.
Een boekje ter grootte van een kleine dobbelsteen.
Moon Gallery Foundation: 'How does the Moon see the Earth?‘
Peter Westenbrink: 'The Moon sees the Earth as my thumb.’

Boutkunst
Onder het motto ‘Boutkunst verbindt’ begon ik rond 2000 met het construeren van objecten, bestaande uit boeken, platenkoffers en grammofoonplaten. Die werden aaneengeklonken met draadeind, bouten en moeren. Boutkunst was geboren.
Tijdens een kunstmanifestatie in Utrecht in 2003 viel Boutkunst op met een mix van performance en installatie: met een babypop in mijn armen zat ik te midden van mijn objecten . De handen en voeten van de pop waren gepierced met een bout/moer-verbinding. Tegenwoordig tref je bij Boutkunst vrijwel geen fysieke bout en moer meer aan. Voor ‘Boutkunst verbindt’ maakt dit echter geen verschil.
In 2018 werden de fysieke bout en moer constructies vervangen door de Boutkunstboeken BVKR-1815 XI en BVKR-1815 XII. In deze kunstenaarsboeken laat ik afbeeldingen en poëtisch proza associatief met elkaar spelen en strijden. De bouten en moeren zijn nu letters en plaatjes geworden, die de lezer/kijker aanmoedigen om verbinding van te maken.
De boeken zijn een niche. Wat de poëzie is binnen de literatuur, is het kunstenaarsboek binnen de kunst. Echt iets voor de liefhebber dus. Van zowel XI en XII zijn slechts 45 exemplaren gedrukt.
Met de Boutkunstboeken werd tekst en beeld de kern van mijn kunstenaarschap. Daarmee ging ik letterlijk de markt op.
Eind 2019 had ik een tentoonstelling in Driehuis, een buurtschap dat de dorpen Mijdrecht en Wilnis, als bout en moer, met elkaar verbindt. Tot aan de zomer van 1967 ging ik in Driehuis naar de lagere school. Jaren waarin kroontjespennen mooie en lelijke krassen maakten en donkere inktvlekken achterlieten. Na de zomer van 1967, op een andere lagere school, maakte de balpen een eind aan de kroontjespen. Vreemd genoeg bracht dat nieuw geluk onverwacht heimwee naar die inktvlekken. Die ervaring krast zijn weerslag in boutkunstboek XII.
Na die expositie kwamen de corona jaren. Rond de uitbraak van het virus begon ik met het onderzoeken van de mogelijkheden om in zwart-wit te werken. Dat lokte reacties uit. Mensen in mijn omgeving meenden dat de plotselinge afwezigheid van kleur in mijn werk een gevolg was van de onrust in de samenleving. In werkelijkheid was het zwart-wit zaadje in mijn tienerjaren al geplant, maar ontkiemde langzaam. Het vruchtje begon te rijpen in de loop van 2019.
Deze zwart-wit ontwikkeling is voorlopig nog niet ten einde. Ook hier gaan tekst en beeld hand in hand, in verscheidene samenstellingen. Ook nu weer boekjes. Zwart-wit boekjes, rechtstreeks uit de copyshop. Ouderwets DIY, maar nu op de computer gemaakt, met hetzelfde resultaat als met het toen gewone knip- en plakwerk uit mijn Grunge- Indie- en Beck jaren, uit toen geluk binnen mijn subcultuur gewoon nog heel gewoon Lo-Fi was.
Hieronder 2 pagina’s uit een 10 pagina’s tellende zwart-wit compositie, samengesteld uit nullen en eenen, door mij op een toetsenbord digitaal gedirigeerd.


Lo-Fi in y’r eye
(meer bio)














