💎 PREMIUM: Search/label/Ierland - Full Gallery 2025

Posts tonen met het label Ierland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ierland. Alle posts tonen

21 november 2024

Laatste dag Ierland

Woensdag 2 oktober '24  was het onze 19e reisdag doorheen Ierland van in totaal 19 dagen... de laatste dag dus. We hadden in een hotel pal in het midden van Ierland gelogeerd. We hadden deze ochtend tijd om wat langer te slapen en uitgebreid te ontbijten. De rest van onze resterende tijd in Ierland waren we echter niet van plan om te luieren. Ook deze laatste dag benutten we onze tijd goed onderweg naar het oosten, naar Dublin airport.

Vanuit regio Athlone reden we een half uurtje naar het zuiden. We reden naar Clonmacnoise Monastic Site. Hier konden we onze erfgoedkaart een laatste keer tijdens onze reis gebruiken. Ze had goed dienst gedaan en voor extra zakcentjes gezorgd!  

De vroegchristelijke kloosternederzetting Clonmacnoise was ooit een vooraanstaand centrum voor religie en kennis in Europa. Pas in de 12e eeuw, meer dan 500 jaar na zijn oprichting, begon het succes van Clonmacnoise terug te lopen als gevolg van een toevloed van concurrerende religieuze kloosterorden uit Europa en de groei van de stad Athlone in het noorden.

St. Ciarán Mac a tSaor stichtte Clonmacnoise op de kruising van de rivier de Shannon met de destijds grootste weg van oost naar west in Ierland: een strategische ligging die beslissend bleek voor de groei van de nederzetting.

De veelomvattende overblijfselen van het vroegmiddeleeuwse Clonmacnoise stammen uit het jaar 545. Ze bestaan uit een kathedraal, ronde toren, "high crosses" en maar liefst zeven kerken, iets wat je niet verwacht in zo'n moerassige uithoek. 

De drie absolute blikvangers van Clonmacnoise zijn de magnifieke high crosses, die tegenwoordig worden beschermd tegen het grillige Ierse weer en te zien zijn in het informatiecentrum. Waarheidsgetrouwe replica's staan op de oorspronkelijke locatie. Het beroemdste is het vier meter hoge Cross of the Scriptures. Het zandstenen kruis is aan vier zijden kunstig bewerkt met ingewikkelde figuren

Tegen de 9e eeuw was Clonmacnoise samen met Clonard het beroemdste klooster van Ierland en het trok geleerden en leerlingen uit heel Europa. Tussen de 9e en 11e eeuw werd het zelfs de begraafplaats voor de hoge koningen van Tara.

De vroege, houten bouwwerken van Clonmacnoise uit de 9e eeuw werden gaandeweg vervangen door meer duurzame stenen gebouwen. De imposante ruïnes van vandaag, waarvan een groot deel uitgebreide conserveringswerkzaamheden heeft ondergaan, zijn een afspiegeling van de drukte van weleer: in de 11e eeuw woonden en werkten hier maar liefst 1500 tot 2000 mensen.

Clonmacnoise was zo belangrijk voor het christelijke erfgoed van het eiland dat wordt beweerd dat St. Ciarán hier eeuwen na zijn dood is teruggekeerd om een plunderaar dood te slaan met zijn gouden staf.


Wij wandelden langs de drie high crosses en de verschillende gebouwen op de site. We wandelden zelfs ook een stukje verder dan de meeste bezoekers, naar de "nonnenkerk". Nadien keken we nog een film die ook veel verhelderde en liepen we langs de échte kruisen... heel interessante plaats!

Terug in de auto reden we een klein anderhalf uur naar het oosten van Ierland, waar we stopten bij Trim Castle. Het domein was vrij toegankelijk. Het imposante kasteel is enkel met een gids te bezoeken... en we hadden de tijd niet meer om hier op te wachten... maar dat vonden we ook niet zo heel erg.

Al meer dan 800 jaar staat Trim Castle op de zuidoever van de rivier de Boyne in county Meath. Het is een enorm, dreigend gevaarte dat het rustige stadje Trim domineert. Dit is Ierlands grootste Normandische kasteel, gebouwd door een legendarische lord, Hugh de Lacy, met een slechte reputatie, en het biedt een fascinerende inkijk in het middeleeuwse leven in Ierland.

Het was een uitdrukking van macht – een waarschuwing aan de inheemse Ieren dat de Anglo-Normandische bezetters niet van plan waren ooit weer te vertrekken. De enorme, 20-kantige kruisvormige toren – de muren zijn op sommige plekken drie meter dik – was een fort. Maar het was ook een huis.

Nadat we lunchten, reden we naar de luchthaven van Dublin. Dat was zo'n drie kwartier rijden. Daar leverden we onze Fiat 500 zonder bijkomende blutsen en builen, maar met een nieuwe linker voorband en 2590 km extra op de teller weer af.

Onze vlucht van Aer Lingus vloog op tijd, rond 17.55 uur GMT, weg. Landen deden we zo'n twee uur later, rond 20.40 uur CET... en toen moesten we heel lang aanschuiven aan de douane. De automatisch paspoortlezers haperden en gaven het uiteindelijk al-le-maal op. Hierdoor moesten we opnieuw aanschuiven... maar kropen we wel, met hulp van de overvraagde medewerkers, voor op de mensen die nog niet zo lang al aan het aanschuiven waren aan de bemande douanecabines... 

en zo eindigde alweer een mooie reis... en vertrekken we morgen weer op de volgende!

20 november 2024

1 oktober ll.

Maandag 1 oktober ll. vertrokken we opnieuw vroeg om zo veel mogelijk van de dag te maken. We startten met een stadsbezoek aan Galway. Vanuit ons appartement was dit ongeveer een uur rijden tot in het centrum.

Na een koffietje gingen we naar het toeristisch infokantoor voor een stadsplannetje en gingen we op pad. Al snel stonden we bij resten van de "Hall of the Red Earl". 

De archeologische overblijfselen uit de 13e eeuw van de Hall of the Red Earl zijn van het oudste gebouw dat binnen de middeleeuwse muren van Galway is opgegraven. De site  is verbonden met de oprichting van Galway door de Anglo-Normandische familie De Burgo. De zaal was het eerste gemeentelijke gebouw van Galway en werd gebruikt om belastingen te innen, recht te spreken en banketten te organiseren. Aan het einde van de 15e eeuw grepen de beroemde 14 koopmansfamilies van Galway de macht van de De Burgos en dwongen hen de stad te verlaten. De hal werd vervolgens verlaten en raakte in verval. In de tussenliggende eeuwen werd het bedekt en bebouwd. De overblijfselen van het gebouw werden echter in 1997 opgegraven door archeologen, toen plannen werden voorgesteld om de aangrenzende kantoren op deze locatie uit te breiden. Die kantoren werden, ondanks de archeologische bevindingen uitgebreid, enkel starten die uitbreidingen maar op de eerste etage: de opgravingen bleven bewaard.

Verderop kwamen we aan "Lynch's Window". Er bleef enkel een gevel van het oorspronkelijke gebouw staan, maar dan wel met hét raam van een oude legende van Galway: 
Volgens de lokale traditie hing de burgemeester van Galway, James Lynch Fitz Stephen, zijn zoon in 1493 op uit het raam van zijn huis. Lynch's zoon had een Spaanse man vermoord die onder de hoede was van de politie. Hiervan zou het werkwoord "lynchen" ontstaan zijn... maar bronnen ontkennen dit.

Even verderop staat "Lynch's Castle", een prachtig architectonisch juweeltje! Het is een strak gebouw maar heeft allerlei kleine beeldhouwwerkjes op de gevel. 
Het kalkstenen herenhuis van vier verdiepingen is rijk aan geschiedenis en cultuur. Het was getuige van de opkomst en ondergang van de prominente familie Lynch, die een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling van Galway. Het is nog een van weinig overgebleven van dit soort herenhuizen in Ierland. Momenteel is er een bank in ondergebracht... die hadden wel wat geld voor de restauratie...

In het stadscentrum van Galway zagen we trouwens wel wat meer mooie en bijzondere oude gebouwen. Het is een mooi stadje. Vervolgens maakten we onze uitgestippelde stadsroute rond en stonden we weer aan de Corrib waar deze rivier in de Baai van Galway stroomt. Hier staat ook nog de oude "Spanish Arch". Deze laat-16e-eeuwse Spanish Arch kijkt uit over de Atlantische Oceaan. Hierbij is het niet moeilijk om je een voorstelling te maken van Galway in zijn middeleeuwse bloei. Ooit was Galway een klein vissersdorp, maar het groeide sterk in de 13e eeuw. Het werd een welvarende ommuurde stad die werd geregeerd door 14 koopmansfamilies, die bekendstaan als de "Tribes of Galway". 

We wandelden nog een stukje langs de Corrib om de kathedraal van Galway te zien. Zoals verwacht was er niet zo veel aan te zien. Ze heeft wel een lange naam "Kathedraal van Onze-Lieve-Vrouw ten Hemel opgenomen en Sint-Nicolaas".

Na een klein uurtje rijden, parkeerden we bij Athenry Castle. Met onze erfgoedkaart konden we opnieuw gratis binnen.

De oorspronkelijke versterkte woontoren werd gebouwd in 1235 à 1240. Deze was laag en gedrongen. Het dak bevond zich op het niveau van de huidige tweede verdieping. Meyler de Bermingham breidde het uit rond 1250. In 1316 werd het kasteel aangevallen, wat leidde tot de bouw van stadsmuren. In de 15e eeuw verhuisden de Berminghams. In 1596, tijdens de Negenjarige Oorlog, viel het kasteel in handen van de O'Donnells. De kantelen dateren uit de 13e eeuw en in de 15e eeuw werden deze borstweringen verwerkt in gevels voor een nieuw dak.

Athenry Castle is nu een groot rechthoekig gebouw met steunberen. Oorspronkelijk had het gebouw alleen een hal op de bovenste verdieping en opslagruimten op de begane grond. De kantelen zijn 13e-eeuws met hoge pijlspleten in de kantelen. In de 15e eeuw werden deze borstweringen verwerkt in gevels aan de noord- en zuidkant voor een nieuw dak. Delen van de oorspronkelijke ommuring van het kasteel zijn bewaard gebleven. De oorspronkelijke ingang bevond zich op de eerste verdieping en was bereikbaar via een houten buitentrap. De warmte werd waarschijnlijk geleverd door een vuurpot in het midden van de hal, waarbij de rook naar buiten kwam via een lamel of opening in het dak er direct boven. De garderobe bevindt zich schuin tegenover de hoofdingang. Er is fijn snijwerk aan de buitenkant van de deuropening en aan de binnenkant van twee van de raamopeningen.

Tussendoor gingen we op zoek naar een typisch middeleeuws beeldje waarvan er in Ierland veel zijn, sheela na gig... alleen zitten die blijkbaar op privé gebouwen... en hebben we dus op elke plaats waar er mogelijk nog zo'n beeltenis van zo'n obseen vrouwtje was bot gevangen... toen we een kleine dolmen tegenkwamen, besloten we dat dat het eindpunt van de zoektocht was.

Door onze zoektocht waren we in het midden van Ierland terechtgekomen. Gezien het uur besloten we eerst in te checken bij onze laatste slaapplek van onze reis in Ierland, Hodson Bay Hotel.

Nadien trokken we naar het stadscentrum van Athlone. Hier liepen we even doorheen, maar veel was er niet te zien. Enkel Church of Saints Peter en PaulAthlone Castle en St._Mary's Church, met twee klokkentorens, vonden we een foto waardig. Alles was al dicht gezien het late uur.
Het vinden van een restaurant was niet evident... maar uiteindelijk bleken we wel een goede keuwe gemaakt te hebben: een pub... en die hebben altijd wel lekker eten, ook deze. Hun sticky toffee pudding was wel iets te experimenteel naar Ines goesting, maar als laatste dessert van onze reis was het toch nog in orde.

19 november 2024

Afgelopen 30 september '24

Op onze 17e reisdag waren we weer vroeg gepakt en gezakt om op weg te gaan. Het zou een mooie, droge dag worden, maar eerst moesten we toch een pak dikke wolken en gemiezer trotseren op het eerste gedeelte van onze route.

Na tien minuutjes rijden, stopten we alweer.  Het "Srahwee wiggraf" stond gewoon op de hoek van twee straatjes.

Het portaalgraf van Srahwee is wigvormig. Het wordt daarom (vertaald) een wiggraf genoemd. Dit typisch Ierse model heeft de grafkamer aan één uiteinde smaller (meestal zowel in hoogte als in breedte afnemend van west naar oost) dan de andere kant. Hierdoor ontstaat in hoogte een wigvorm.
De 4,2 meter lange open ruimte van dit oude graf wordt afgesloten door een enkele sluitsteen. De hoofdkamer wordt gedeeld door een opening van 1,4 meter lang met een steen van één meter hoog. Tussen de stenen, met dubbele wanden, is slechts een ruimte van 0,3 meter. Een grote platte steen bedekt de kamer. Rondom het monument zijn sporen van een steenhoop te zien. Het graf werd gebouwd tijdens de bronstijd

En dan, maar enkele minuten later, reden we opnieuw, maar ditmaal in de andere richting, door Doolough Valley. Eigenlijk was het nu vergelijkbaar weer als de dag voordien... zo slecht als voorspeld werd, was het dus niet.
De dag voordien hadden we geen fotostops gemaakt omdat we wisten dat we er nogmaals langs zouden rijden. Dit maakte dat we ook al op voorhand wisten waar te stoppen voor mooie foto's. We stopten onder andere aan het nationaal herdenkingsteken voor de hongersnood. Dit werd met reden op deze plek gezet:

Op het einde van maart 1849 maakten 600 burgers een slopende wandeling van Louisburgh door de Doolough Valley naar landhuis Delphi House (19 km) bij heel erg slecht weer. Doordat dit tijdens de grote hongersnood plaatsvond waren ze al in verzwakte staat. De mars was bedoeld om hun huisbaas, de markies van Sligo, om hulp te vragen. Het verzoek werd afgewezen. De berichten over het aantal omgekomenen lopen uiteen, maar er wordt gezegd dat van de 600 die de reis maakten er 400 stierven op de terugweg naar huis.

Eens de vallei uit kwamen we bij de fjord Killary Harbour. Deze fjord is 16 km lang tot de Atlantische oceaan bereikt wordt. In het diepe water wordt aan pleziervaart gedaan, maar worden ook vis en schelpdieren gekweekt. Langs de fjord reden het graafschap Galway binnen.

Een half uur nadat we de Doolough vallei uit waren gereden, parkeerden we bij "Kylemore Abbey"... Deze abdij ziet er eerder een kasteel uit... en dat was het eerst ook: 

Het neogotische gebouw werd tussen 1863 en 1868 gebouwd als landhuis "Kylemore Castle" door een rijke Engelse politicus. Opvallend zijn de miniatuurreplica van de kathedraal van Norwich en de kasteeltuin op het landgoed. Op een gegeven moment werd het kasteel niet meer bewoond. Het werd te koop aangeboden. In 1920 werd het aangekocht door uit België gevluchte benedictinessen. Zij werden door de eerste wereldoorlog dakloos en vonden dichter bij huis geen nieuwe woning om als klooster te gebruiken. Het uiterst mooi gelegen en overdreven grote kasteel werd dan vanaf 1920 een klooster. Van 1923 tot 2010 was het ook een kostschool voor meisjes. Ondertussen is het geen school meer. Gedeeltes van het klooster/kasteel en de prachtige tuin zijn toegankelijk voor publiek, niet gratis natuurlijk...

Wij gingen het kasteel niet binnen. Wij waren er gestopt omdat we ondertussen al even onderweg waren en wat rust konden gebruiken... en Johan had gelezen dat het theehuis van het domein gewoon toegankelijk was... i-de-aal dus om koffie te gaan drinken én om het typische, traditionele appelgebak va de nonnen te proeven! Het was goede appeltaart met vla, maar spijtig dat er geen kaneel in de vlaai zat... dat maakt appelgebak toch net dat beetje lekkerder!

Bij het naar buiten gaan, liepen we ook door de toeristische winkel van het domein... en jawel, Ine vond er ook nog een mooi wollen truitje! ... groen... een kleur waar ze al meer dan een jaar naar op zoek was... en dan uitgerekend bij de nonnen vindt ze dat... hahahaha... Na ons bezoek bij de nonnen trok de mist en de bewolking overigens weg.

Na een kwartiertje rijden, reden we onze volgende bestemming binnen: het "Connemara National Park".
Het 20 km² grote park beschermt een deel van de bergen, heide en venen in de Connemara-streek en het gebergte Twelve Bens. Wij maakten er een korte, eenvoudige rondwandeling over de voet van de Diamond Hill (442m), de "Lower Diamond Hill Walk" van net geen 4 km. We zochten onderweg nog, tussen het veen, naar zonnedauw, maar vonden niks. Er stond nog wat heide in bloei. We zagen er verschillende soorten. Tijdens onze wandeling zagen we mooie panorama's op de Polladirk vallei en de meren Kylemore Lough en Pollacappul Lough... Als we tot aan de top van de Diamond Hill gewandeld waren, hadden we waarschijnlijk wat minder gezien: die top bleef in de mist / wolken hangen.




Na onze wandeling stapten we terug de auto in voor een autorondrit uit onze 'Crossbill Guide Ireland' (n°16). Na een half uurtje rijden, stopten we aan het koraalstrand bij Mannin Bay. Niet alleen was de baai erg mooi, dat koraalstrand was geweldig: met er over te lopen, voelde je al dat het geen zand was, maar door er naar te kijken, was meteen duidelijk dat het iets speciaals was: in plaats van zandkorrels waren het allemaal ministukjes koraal met heel veel piepkleine en iets grotere schelpen! Door bepaalde stromingen van de Atlantische Oceaan komt dit koraal in de Mannin Baai terecht en ontstaat dit bijzondere en mooie strand.


Een volgende punt van onze autoroute was Doon Hill met ruïnes van een kasteel... en neen, we reden er niet heen voor het kasteel, maar voor de berg. 
Doon Hill is een uitgedoofde vulkaan. 65 miljoen jaar geleden barstte hij uit en ontstond de heuvel. Hij is maar 67 meter hoog, maar omdat alles errond behoorlijk vlak is, valt de vulkaan best op. Bovenop de heuvel staat nog een (vervallen) uitkijktoren uit WOII. Hier was ook zo'n punt om aan te geven dat men over Ierland vloog, namelijk Éire 53 (map).

Een stukje verder stopten we bij Dog's Bay: hier leek het alsof we ergens op de Caraïben terecht gekomen waren! We stapten een hagelwit zandstrand op en keken over een baai turkooisekleurig zeewater. Wat hadden we hier geluk dat de zon scheen! Het had er anders niet zo mooi en idyllisch uitgezien.  

De autoroute stuurde ons vervolgens langs Screebe Waterfall. De waterval stelde niet zo veel voor, maar de omgeving was er wel erg mooi. Het riviertje van de waterval stroomt in Lough Aughawoolia. Rondom de waterval en het meer is er allemaal moerasland, wat, met het zonnetje, er allemaal mooi uitzag.

Bij Lough Inagh was het ook erg mooi. Het gebergte Twelve Bens is er goed en mooi te zien, zo aan de oevers van het meer van 3.1 km2.


Een half uurtje verder stopten we aan "The Quiet Man Bridge"... het bruggetje uit de film "The Quiet Man"... ons niet bekend, maar het was wel een leuk bruggetje! De film is van 1952 en was blijkbaar gebaseerd op een boek uit 1933. De film kreeg twee oscars en had John Wayne en Maureen O'Hara in de hoofdrollen.

Als laatste stopplaats van de dag, alvorens naar ons appartementje te rijden, hadden we Aughnanure Castle uitgekozen. Dit kasteel is een typisch Iers "torenhuis" waarvan er zo'n 200 waren in deze regio. Interessant om nog eens een andere soort van kasteel te zien...

Het kasteel was eigendom van een van de meest opmerkelijke Gaelische vorstelijke families uit de streek, de O'Flaherty-clan. De locatie omvat het torenhuis van zes verdiepingen. Dit heeft kantelen, mezekouwen, een erkertoren en gebeeldhouwde waterspuwers. Op het domein is er een ongebruikelijke dubbele verdedigingsmuur met een unieke ronde uitkijktoren, dokken en een verwoeste feestzaal met prachtig reliëfbeeldhouwwerk van druiven en wijnstokken.
Het kasteelterrein werd vanaf ongeveer 1250 gecontroleerd door de O'Flaherty-stamhoofden en het torenhuis werd rond 1490 gebouwd.

Om naar ons appartement voor de nacht te rijden, moesten we een half uurtje terugrijden van waar we al (ongeveer) geweest waren. We hadden geboekt bij "Connemara Lake View Apartment" bij het meer Lough Nafurnace. Het was een mooi, nieuw appartementje in een bijbouw van het huis van een, blijkbaar, Hollands koppel. De omgeving was zeker mooi genoeg om nog gaan te wandelen, maar we vonden dat we die dag alweer genoeg gedaan hadden en weer een rustige avond verdiend hadden... bovendien was het bij aankomst al tijd voor de knijten, wat natuurlijk eigen is aan een moerasrijk gebied, maar die kleine rotdingen vinden we heel hinderlijk. Blijkbaar is er zelfs een knijtenprobleem in de regio: er werd gevraagd om alle deuren en ramen dicht te houden omdat die beestjes, eens ergens binnen, bijna niet te verdelgen zijn...

18 november 2024

Zondag 29 september (Dag 16)

Op de ochtend van zondag 29-9-'24, aan ons hotel aan de oevers van de Atlantische Oceaan, waaide het hard en viel er af en toe een flinke bui... beetje triestig weer, maar we moesten het er mee doen...

Na ons ontbijt stapten we de auto in en reden we de brug over naar Achill Island. Dit eiland is het grootste van Ierland. De ondergrond is voor 87% veen... zompige boel, dus.. Door de mooie stranden, grillige kusten en eenzame heide- en veenvlakten is het eiland steeds meer toeristen gaan aantrekken... ook weekendtoeristen, merkten we... En ook was er blijkbaar die zaterdag voordien iets te doen geweest. Er waren verschillende tijdelijke parkeer- en campeerplaatsen waar de mensen net aan het wakker waren... vandaar dat we zo moeilijk een slaapplekje hadden gevonden... wat er precies te doen was geweest, hebben we niet weten te achterhalen.
Op het eiland volgden we Johans, op voorhand, uitgestippelde route... op de meeste stranden na: vaak zijn die toch vergelijkbaar met elkaar én het was niet bepaald "strandweer" ;-) We reden tegen de klok in het eiland rond.

We stopten een eerste keer bij "Slievemore Deserted Village". Op de parkeerplaats van het naburige kerkhof stond een kudde schapen, weliswaar nog in de regen, maar ze stonden wel te schuilen voor de felle wind... ocharme... Het viel trouwens op dat de Ierse schapen wel erg grote gekleurde vlekken opgespoten krijgen ter herkenning... het maakte ze er niet mooier op!

Het verlaten dorp Slievemore ligt aan de voet van de zuidhelling van de berg Slievemore. Het bestaat uit de overblijfselen van bijna 100 traditionele stenen huisjes. Ze liggen aan weerszijden van een eeuwenoud pad. Hierdoor zijn ze bijna allemaal in dezelfde richting gebouwd. Het 'dorp' - letterlijk drie verschillende groepen huisjes - strekt zich uit over een afstand van ongeveer anderhalve kilometer. Er wordt aangenomen dat het dorp tijdens verschillende stadia van de geschiedenis bewoond is geweest, waarbij sommige gebouwen mogelijk bovenop eerdere woningen zijn gebouwd. 
Door studie van de veldsystemen rondom het verlaten dorp is vastgesteld dat de nederzetting op zijn minst dateert uit de 12e eeuw. Er zijn ook resten gevonden daterend uit de 3e of 4e eeuw voor Christus. Dit duidt op bewoning in het gebied zo'n 5000 jaar geleden.
Aan de meest recente bewoningsperiode kwam begin 20e eeuw een einde, toen de huisjes door de lokale bevolking enkel werden gebruikt tijdens de zomermaanden. Tijdens deze maanden woonden ze er om hun vee op de berghelling te laten grazen. Voor de wintermaanden keerden de bewoners keerden terug naar hun huizen in de dorpen Pollagh en Dooagh.


Vervolgens reden we naar Achill Henge... wat toch wel iets "bijzonder" was... Ine had totaal geen idee waar we heen gingen en had, vanwege het achtervoegsel "henge", steencirkel, een constructie stenen uit de oudheid verwacht... maar dat was het net niet... het was net wel even droog...

Achill henge is een betonnen constructie uit 2011 (heel recent dus). Het bestaat uit een cirkel van dertig betonnen kolommen met daarbovenop een ring van beton. Het is ruim 4 meter hoog en 100 meter in omtrek. Er werd geen moeite gedaan om te verwijzen naar echte steencirkels in de regio of het land. De term Achill-henge kan worden geïnterpreteerd als een verwijzing naar de culturele onnauwkeurigheid van de structuur in de lokale context, aangezien henges in Ierland eenvoudigweg steencirkels worden genoemd... een moderne kunstwerk, dus!
Ondertussen staat er graffiti op en ligt er allemaal troep in... die nu bij het kunstwerk horen.

Na een kwartiertje rijden daalden we één van de vele kliffen die het eiland rijk is naar beneden en kwamen we uit op Keem Beach. Het was opnieuw gaan regenen en waaien. Ine vond dat ze het strand voldoende goed zag van in de auto. Johan stapte wel uit en wandelde wel tot op het strand. Ze waren er aan het kitesurfen... de stevige golven waren er goed voor... Voor deze kust komen trouwens reuzenhaaien voor.

 

Terug naar het oosten, naar het midden van het eiland, reden we de Minaun Heights op... Terwijl we die steile berg opreden en we moesten worstelen met de Fiat 500 tegen de felle wind, lachten we dat we vast de enige idioten zouden zijn die die dag deze 466 meter hoge berg op zouden rijden om het uitzicht over het eiland te bewonderen... met al die bewolking... toen we vertrokken, kwam er nog iemand aangereden. We weten natuurlijk niet of dit ook zo'n idioot was die naar het uitzicht kwam kijken...
... enfin, het waaide er "flink": het leek zelfs op IJslandse toestanden...  Ine vindt het dan altijd leuk om 'op de wind te gaan liggen'... maar doordat de wind vaak plots minder sterk werd en de ondergrond wel heel erg hard en nat was, durfde ze zich niet helemaal op de wind te 'leggen'... maar het is wel altijd lachen!
En ondanks die dichte bewolking was het 180° uitzicht op de Minaun Heights het oprijden ervan de moeite waard!

Het Achill Eiland was echt wel mooi! Uitkijkend op een uitkijkpunt naar één van de vele baaien van het eiland kregen we de witte kliffen van "White Cliffs of Ashleam" te zien... het was even droog, maar er was geen zon. Dit maakte dat de kliffen niet op hun witst waren, maar zelfs zo was het er prachtig!

We reden verder het zuidelijkste puntje van het eiland rond en kwamen zo langs "Grace O’Malley’s Townhouse", de toren van Kildavnet. Hij zou gebouwd zijn door de Clan O'Malley. De legendarische piratenkoningin Grace O'Malley zou er in de 16e eeuw hebben gewoond. 
Er staan meer van dit soort torens langs de Ierse kust, die waarschijnlijk door haar of door haar familie gebouwd zijn. Deze versie is zo'n twaalf meter hoog en stamt uit de 15e eeuw. Vroeger was het een strategisch punt, tegenwoordig gewoon een prachtige plek met uitzicht.

En na die toren waren we al snel bij de oude St. Dimpna kerk van Kildavnet... en aangezien diezelfde Dimpna de patroonheilige van Geel is... waar Johan geboren en getogen is... moesten we daar toch echt wel langs gaan!

Dimpna was de dochter van een heidense Ierse koning en een christelijke moeder. Haar moeder liet Dimpna in het geheim dopen door haar biechtvader Gerebernus. Toen het meisje nog een kind was, stierf haar moeder. Haar vader is radeloos en zoekt naarstig naar een nieuwe echtgenote, maar niemand kan de plaats van zijn overleden vrouw innemen. Als laatste wil hij zijn dochter dwingen met hem te trouwen. Dimpna vlucht daarop met Gerebernus naar het vasteland van Europa. Ze komen in de Lage Landen terecht en vestigen zich in de bossen in de Kempen. Hier leven beiden als kluizenaars en zorgen voor de armen en behoeftigen. Haar vader is hen achtervolgd en na enkele jaren vindt hij beiden in hun kluizenaarsverblijf. Wederom dwingt hij Dimpna om met hem te trouwen en haar biechtvader moet het huwelijk sluiten, maar hun antwoord is een duidelijk neen. Hierop ontsteekt haar vader in razernij, onthoofdt zelf zijn dochter en laat Gerebernus door zijn dienaren onthoofden.
De relieken van de twee martelaars, die zich als bij wonder in mysterieuze witte sarcofagen bleken te bevinden, werden overgebracht naar Geel. Op haar graf deden zich genezingen voor en dat bracht pelgrims, vooral geesteszieken, naar Geel. Deze devotie ligt aan de basis van de latere gezinsverpleging voor psychiatrische patiënten te Geel. 

De resten van deze oude kerk van St. Dimphna dateren uit de 17e eeuw en staan op resten van een 15e eeuws kerkje. Dimphna zelf leefde veel vroeger, namelijk van het einde van de 6e eeuw tot ergens in de 7e eeuw. In het begin van de 7e eeuw liet ze hier een eerste kerk zetten.

Hierna reden we het Achill eiland af en weer het Ierse eiland op. We reden verder naar het 'schattige' Westport.
We parkeerden langs een promenade met bomen en oude stenen bruggen over de rivier de Carrowbeg. En liepen het stadje in... het zou er nog ongeveer hetzelfde uitzien dan hoe dit stadje er in de 18e eeuw uitzag. De straten ademen geschiedenis en dankzij de kleurrijke winkelgevels hebben die een verrassend vrolijk uiterlijk. Het werd in de jaren 1780 ontworpen en gebouwd als woonplaats voor de arbeiders en huurders van John Brown van herenhuis Westport House. Hier reden we niet langs. 

Ons bezoek aan Westport was sneller afgelopen, zelfs met koffie- en gebakpauze, waardoor we nog keuze hadden in wat we zouden gaan doen: Ofwel konden we, zoals op de planning, naar Louisburgh gaan; ofwel deden we al een gedeelte dat voor 's anderendaags opstond met als extra een abdij. Waarschijnlijk was het namelijk op dat moment beter weer dan het 's anderendaags zou zijn. We kozen daarom voor het laatste. Ook omdat in die kleine stadjes ook weer niet veel te zien en doen is.

Na een half uur naar het zuiden rijden, stopten we bij Aasleagh falls. We bekeken de waterval over een brug over de Erriff en we wandelden ook een stukje om ze langs zij te zien.

De Aasleagh Falls ligt dichtbij de plek waar de graafschappen Galway en Mayo samenkomen. Het ligt aan de Erriff-rivier, die uitmondt in Killary Harbor en vervolgens naar de Atlantische Oceaan. De waterval ligt in een afgelegen en landelijk gebied en worden omgeven door prachtige landschappen van eeuwenoude bossen en bergen.

Vervolgens reden we de prachtige vallei Doolough valley door. Het weer was echt niet super: dikke bewolking met af en toe buien van gemiezer... maar eigenlijk gaf dat de omgeving, tussen de hoge bergen, ook weer iets speciaals.

De Doolough-vallei is vernoemd naar het 'zwarte meer' Doo Lough. Dit is 4 op 1 km groot en bevat heel veel vis (beekforel, zeeforel, baars, zalm, zalmforel, driedoornige stekelbaars en de ernstig bedreigde Europese paling). Ook in de kleinere meren in de vallei, Finlough (731x365 m) en Glenullin Lough, valt heel wat te vissen. We zagen hier en daar ook wat vissers in het water staan.
De route door de vallei slingert tussen het Mweelrea gebergte en de Sheeffry Hills. De hoogste top van het Mweelrea gebergte is 814 meter en die van de Sheeffry heuvels 772.

Alvorens naar onze overnachtingsplek te rijden, reden we nog naar de ruïnes van "Murrisk Abbey"... tja, weer ruïnes van een abdij... ja inderdaad, maar Ierland was (en is) dan ook supergelovig... en op deze plek zou, in 1457, het eerste kerkje gezet zijn door/in opdracht van de heilige saint Patrick. Bovendien staat deze mooi, met de berg Croagh Patrick op de achtergrond. 

Deze zondagavond hadden weer ruimte zat om onze avond door te brengen en te overnachten. We hadden, tegen een scherp prijsje, de "beautiful cottage in Louisburgh" geboekt... en dat was een gewoon huis met drie slaap- en twee badkamers... mogelijk na een overlijden of een verhuizing aangehouden om te verhuren?

16 november 2024

Meer Ierland (15/19)

Het was behoorlijk fris geworden die avond en nacht van 27 op 28 september '24. Het appartement waar we verbleven hadden, was spiksplinternieuw, maar de geïnstalleerde verwarmingstoestellen voldeden eigenlijk niet. Het was net te koud binnen vonden we. Bij het logement was alles voor een ontbijt inbegrepen... het enige wat moest gebeuren was het bereiden. Het keukentje was erg klein, maar de eigenaars dachten een super oplossing voorzien te hebben: een combi-oven met daar bovenop twee kookvuurtjes... spaart plaats... maar je ziet niks in je potten... en de veel te goedkope potjes en pannekes waren na enkele keren gebruiken al aan vervanging toe...

We waren weer vroeg op weg. We verlieten het graafschap Leitrim, kruisten dat van Sligo en kwamen aan in graafschap Mayo. Na een uur en een kwartier zouden we aangekomen zijn bij de zeer goed bewaarde ruïne van Moyne Abbey... maar het lag in een wei die blijkbaar op privédomein ligt... we kregen dus maar een beetje te zien... best wel een teleurstelling, maar ja...

In het centrum van Killala zochten we naar een zaakje om een tas koffie te drinken. Hierbij passeerden we langs een slager... wat was dat!? die leek echt "uit de jaren stillekes" te komen! Nooit gedacht dat we zo iets in Europa, in Ierland zouden zien! In Killala stapten we ook naar de "Round Tower".


Killala Round Tower is bijna zesentwintig meter hoog. Het heeft een deur die toegankelijk is via een ladder op drie meter boven de grond. De deur daar is één meter hoog. Er wordt gezegd dat het souterrain op het terrein van de kerk aan de overkant ernaartoe leidt. Het werd ergens tussen 1170 en 1238 gebouwd op de plaats van de oorspronkelijke kloosternederzetting uit de vijfde eeuw. De toren is samengesteld uit vele grote stenen kalksteen. Door een blikseminslag is de toren beschadigd geraakt. 

Na een vijftiental kilometers rijden, stopten we aan Rathlackan court tomb... nog maar eens een prehistorisch megalithisch monument...

De tombe van Rathlackan is een goed bewaard gebleven hofgraf dat in een veengebied ligt. De dekstenen zijn van de galerij verplaatst en rusten nu op de zijkanten van de draagstenen. Het heeft een zes meter lange galerij die uit drie verschillende kamers bestaat, gescheiden door twee paar grote stijlen. Een zeldzaam kenmerk van dit graf is de dunne deursteen. Die is wel verplaatst.

 

Na de tombe reden we verder... op zoek... het leek wel alsof we in de 'middle of nowhere' reden... met echt slechte zandweggetjes... Gelukkig besloten we op tijd om op een breder gedeelte van de weg te parkeren, want anders waren we via een erg smal weggetje een wei in gereden... en dan hadden we (Ine dus) achteruit terug moeten rijden. Na een klein stukje wandelen, zagen we liggen waar we naar op zoek waren: "The Gazebo".

Een van de beste uitkijkpunten over de verre omgeving is aan "The Gazebo". Deze werd in 1794 opgericht voor Sir Roger Palmer (overleden 1819), tweede Baronet.... maar het is nog steeds niet geweten wat voor een monument het is.

Twintig minuten verder stopten we bij kaap Downpatrick Head, een klein schiereiland. De naam Downpatrick stamt uit de tijd dat St. Patrick hier een kerk stichtte. Op een kruis en nog enkele resten na is hier niks meer van te zien. Ooit was het een populaire pelgrimsplaats. Een paar eeuwen later werd Downpatrick Head tijdens de Tweede Wereldoorlog een uitkijkpost. Je kunt het stenen gebouw er vandaag de dag nog steeds zien, en ook de grote stenen letters, ÉIRE 64, die piloten lieten weten dat ze over neutraal Ierland vlogen.

Vóór de kliffen van Downpatrick Head staat een mooie, eenzame, vrijstaande rots. Deze brandingspilaar heet Dún Briste, wat 'gebroken fort' betekent.  Een lokale legende luidt dat toen een heidense hoofdman weigerde zich tot het christendom te bekeren, St. Patrick met zijn bisschopsstaf op de grond sloeg, waardoor een deel van de kaap afbrak met de hoofdman erop! De zeerots is prachtig om naar te kijken omdat je de veelkleurige, op elkaar gestapelde gesteentelagen goed kunt zien.

 

Een eindje verder, in de volgende baai, parkeerden we opnieuw. We waren aangekomen bij "Céide Fields". Céide Fields is het grootste monument ter wereld dat dateert uit de steentijd. De overblijfselen van oude stapelmuurtjes, vestigingen en megalitische graven zijn bewaard gebleven dankzij de beschermende omgeving van het "bog" (veenmoeras). We besloten met de dagelijkse rondleiding mee te gaan, waarvoor we niet al te lang moesten wachten. Dat was een goed plan en maakte meteen veel meer duidelijk dan dat we daarvoor gelezen hadden in het museum.

6.000 jaar geleden bouwden boeren hier muren en zaaiden en oogstten ze gewassen. De met stenen ommuurde velden, die zich over honderden hectares uitstrekken, zijn de oudste ter wereld bekend. Ze zijn bedekt door een natuurlijk bedekkingsveengebied met zijn eigen unieke vegetatie en dieren in het wild.  
De gids vertelde dat dit gebied het natste was van heel Ierland. De veenlagen zijn hier het dikst, zei ze.



Wetenschappers hebben echter slechts enkele tientallen meters van de muren en enkele gebouwen blootgelegd. De rest hebben ze wel, door middel van "pinnen" uitgezocht en in kaart gebracht.

Na een uurtje verderrijden stopten we aan een knuppelpad over een moeras aan de zee, een onderdeel van  Wild Nephin National Park. We hadden twee missies: eerst zonnedauw vinden en nadien uit de turf tevoorschijn gekomen bomen en -stronken... hout van van dus eeuwen oud! En jawel beide vonden we!

 

We overnachtten nét niet op Achill Island in hotel Óstán Oileán Acla... dat was niet goedkoop voor wat het was, maar er was daar precies maar weinig meer vrij.

12 november 2024

Dag 14 van 19 in Ierland

Op vrijdag 27 september 2024 verlieten we na twee nachten ons grote vakantiehuis in Donegal. We verlieten zelfs ook, na vier dagen, het graafschap Donegal. Onze eerste bestemming, op een half uur rijden, lag in graafschap Sligo, in het westen van Ierland. Bij die eerste bestemming, Creevykeel Court Tomb, hadden we volop zon. Die zon zagen we deze dag nog wel vaker, maar het was erg wisselvallig: we hadden ook bewolking en felle buien. Het bleef tussen 7 en 11 graden gaf de thermometer in onze huurauto aan.

Creevykeel is een enorme wigvorm aan gestapelde witte stenen. Het steengraf meet 55 bij 25 meter. Een smalle doorgang, die oorspronkelijk mogelijk met dekstenen was overdekt, leidt naar de enorme omsloten binnenplaats. Deze binnenplaats, waar gemakkelijk honderd mensen konden zitten, meet 15 bij 9 meter en lijkt tijdens het neolithicum minstens drie keer te zijn uitgebreid. Globaal genomen wekt de binnenplaats de indruk een functie te hebben als heilige veestal. Vanuit die binnenplaats kan je twee heilige? of offer?-kamers betreden. In de smalle zijde van het steengraf waren ook verschillende kamers. Welke functie deze hadden, is ook niet bekend.
Creevykeel is de grootste in een keten van vijf megalithische monumenten die bij elkaar zijn gegroepeerd in het Cliffoney-gebied op wat zeker een neolithische route was. Twee andere zijn ook te bezichtigen, maar bezochten wij niet. 
Op weg op het wandelpad naar Creevykeel hingen repen doek, knuffels en andere prul aan de takken van bomen en struiken. Het is de wetenschappers niet geheel duidelijk waarom men dit doet. Wel is het duidelijk dat het een oud gebruik is. Wij zagen het een paar keer... bizar... zal zo iets zijn van die wazige mensen die zich heks of druïde noemen?

Vanuit Creevykeel reden we het schiereilandje Mullaghmore op. Door de gigantische wolkenpartijen, de verschillende ruige landschappen en de grote vlakke oppervlaktes was het er erg mooi. Het geeft Classiebawn Castle een erg mooie omgeving. Het kasteel is privé-eigendom en is omgeven met een groot landgoed. We konden dus niet dichterbij komen. Op het uiterste punt van het schiereiland, Mullaghmore Head, heb je verschillende baaien. De kliffen zijn er erg divers van gesteente en uiterlijk, maar allemaal erg ruig. De Atlantische Oceaan heeft er pareltjes gemaakt met zijn gigantische golven.

 

Vervolgens reden we richting de Dartry Mountains, die we al een tijdje hadden zien opdoemen. De eerste berg waarbij we stopten was de Benbulben. Deze tafelberg is 527 meter hoog en staat, doordat er ooit een gletsjer lag, een eindje van de andere bergen af. Wij parkeerden in het bos aan de voet van de tafelberg. We waren immers niet van plan om de berg zelf op te wandelen, maar wel in zijn directe omgeving te wandelen. We wandelden de 'Cashel loop'. Deze is 4 km en gaat door en langs het Benbulbin bos... en had op die korte afstand best wat hoogtemeters. We kregen op dat uurtje ook twee fikse buien op ons.

Zo'n 10 km verder, aan Lough Glencar, stopten we opnieuw. Opnieuw nam Ine haar wandelstokken mee, want ook hier gingen we wandelen. Van beneden aan het meer zagen we de waterval "Devil’s Chimney" al liggen. De waterval valt zo'n 150 meter van een groene berg naar beneden. Het zou de hoogste waterval van Ierland zijn. Als de wandeling aan een meer start en de waterval valt over een bergrand weet je dat je op het eerste gedeelte van de tocht moet stijgen... en dat ging met momenten echt flink steil omhoog! Het bos waarin we wandelden was wel erg mooi: het waren allemaal oude inheemse bomen. Daar waar je, tussen de bomen door en al wat hogerop de berg, uitzichten op de bergen en op het meer had, kreeg je echt prachtige uitzichten te zien!
We wandelden niet helemaal tot aan de 'bodem' van de waterval. Uit ervaring weten we immers dat, als een waterval zo steil naar beneden valt, in een bos, er aan de bodem ervan niet veel te zien is. Bovendien hadden we best nog wel een en ander te doen die dag... en Ine vond het al lang goed want ze is een slechte 'klimmer' ;-)

Nog geen twee kilometer verder langs Lough Glencar parkeerden we opnieuw. Daar lag immers "Glencar Waterfall". Het wandelpad daarheen was rolstoeltoegankelijk en helemaal niet ver van de parkeerplaats... die "wandeling" er naar toe stelde voor ons dus niets voor. De waterval zelf was erg mooi. Tussen het bladerdak valt het eerste gedeelte van de waterval langs een smal uitgesleten gedeelte in de rotswand 15 meter naar beneden. Omdat de rotswand vol mos begroeid is, stuift het water er op. Dit geeft de waterval een mooie nevel. Als de waterval in een brede poel opgevangen wordt, stroomt ze vervolgens een tiental meter verder via natuurlijke trapjes verder naar beneden.

Nadien verlieten we het Dartry gebergte en reden we naar het stadje Sligo. Sligo is de hoofdstad van graafschap Sligo, maar ziet er eigenlijk uit alsof het niet veel meer dan een groot dorp is. We hebben niet zo heel veel gedaan in Sligo: we wandelden langs het gerechtsgebouw, door de hoofdstraat en bezochten Sligo Abbey. In de hoofdstraat aten we nog een late lunch... in een restaurantje met een erg Caraïbische menukaart.


De abdij van Sligo was Dominicaans. De kerk werd gebouwd in 1253, het klooster in de 15e eeuw. In eerste instantie werd de kerk gebouwd in de Romaanse bouwstijl. Latere bijbouwen, herstellingen en renovaties werden in andere stijlen aangebracht. Deze herstellingen waren nodig aangezien er in de loop der eeuwen veel schade aan de gebouwen werd toegebracht door verschillende intriges... de abdij heeft een aanzienlijke geschiedenis doorgemaakt en is momenteel een ruïne.

Ondanks de verwoestingen doorheen de geschiedenis en de tijd heeft de abdij een grote rijkdom aan beeldhouwwerk behouden, waaronder monumentale gotische en renaissancesculpturen, de goed bewaard gebleven kloostergang en het gebeeldhouwde vijftiende-eeuwse hoogaltaar. De rijkelijk versierde beeldhouwwerken, gedenkplaten en graftombes in de kerk, de kloostergang en andere gebouwen werden o.a. geschonken door rijke families.



In de kloostergang zijn vele van de sierlijk uitgewerkte zuilen bewaard gebleven. Er zijn ook nog enkele leuke verborgen details bewaard gebleven: bijvoorbeeld een hoofd tegen een zuil en de "Liefdesknoop". Er wordt gezegd dat die liefdesknoop de band vertegenwoordigt tussen aardse en spirituele liefde. Volgens de lokale gewoonte kan het ook wensen vervullen door je hand op de de 'knoop' te leggen en een wens te doen. 
Overal staan ook mooi versierde grafzerken en een mooi versierde klokkentoren kijkt neer op de kloostergangen.

We reden Sligo vroeger uit dan gepland. Dit maakte dat we onderweg naar onze overnachtingsplek nog boodschappen konden doen én een extra stop in lasten. Onderweg verlieten we het graafschap Sligo en reden het graafschap Leitrim in.

Voor Ierland hadden we op voorhand al een kaart van Heritage Ireland aangekocht. Dit maakte dat we in verschillende historische musea, gebouwen en andere bezienswaardigheden gratis binnen konden gaan. Parke's Castle stond niet op onze planning, maar door de extra tijd en onze kaart konden we er (gratis) heen.

Parke's Castle, ook wel bekend als Newtowne Castle, is een semi-versterkt herenhuis uit de 17e eeuw. Het is gelegen aan de oevers van Lough Gill. Het kasteel is gebouwd op de plaats van een eerder, 16e-eeuws torenhuis van de O'Rourkefamilie. Op de binnenplaats van het kasteel zijn hier nog funderingen van te zien. Het kasteel en het torenhuis met verdedigingsmuur werden in de jaren 1630 gekocht door de Brit Robert Parke. Hij beheerde er door de Britse kroon geconfiskeerde gronden in de regio. Nadat Robert Parke in 1671 stierf, ging het kasteel over op de familie Gore. Het kasteel werd vervolgens halverwege de 18e eeuw verlaten. Enkele decennia geleden werd het volledig gerestaureerd/herbouwd.
We kregen er ook een interessante video te zien over het harde leven in die regio.

Vervolgens reden we een stukje verder, naar Dromahair. Daar hadden we enkele dagen eerder online een appartement via Booking.com geregeld. Het duurde een hele tijd vooraleer we het vonden. Er was namelijk geen exact adres opgegeven en de naam van de eigenaars, want we sliepen opnieuw in een soort werkhuis in iemands tuin, stond niet op een wegwijzertje of in grote letters op de gevel of langs de woning... maar we vonden het dus toch. Het appartement was pas in gebruik genomen. Alles was splinternieuw.