⚡ NEW: Search/label/Richard%Brautigan - HD Photos!

Posts tonen met het label Richard Brautigan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Richard Brautigan. Alle posts tonen

woensdag 25 februari 2026

Richard Brautigan en de beatgeneration

Dichter-boekhandelaar Lawrence Ferlinghetti wil de beat van 1965 in San Francisco vereeuwigen. Larry Keenan noemt zijn foto van de bijeenkomst: City Lights Bookstore, last gathering of poets/artists of the Beat generation’. We zien dichters en kunstenaars die zich voor de gevel van City Lights hebben verzameld. Op de voorste rij (L-R): Robert LaVigne, Shig Murao, Larry Fagin, Leland Meyezove (neerliggend), Lew Welch en Peter Orlovsky. Tweede rij (L-R) toont ondermeer David Meltzer, Michael McClure, Allen Ginsberg, Daniel Langton, Steve (vriend van Ginsberg), Richard Brautigan (met hoed), Gary Goodrow, en Nemi Frost. Achterste rij (L-R): Stella Levy en Lawrence Ferlinghetti. Elders lees ik erover: “Ik bekeek die geweldige oude foto’s van de Parijse surrealisten uit de jaren 20,” zo meldt de Chronicle dat Lawrence Ferlinghetti die dag zei: “Ik dacht dat het goed zou zijn om er eentje zoals die (van de lokale dichters) te maken (…)” Het artikel meldt dat “een half dozijn fotografen en ongeveer 50 omstanders aanwezig waren toen zo'n dertig dichters zich verzamelden. Folksinger Bob Dylan zorgde voor enige opschudding toen hij door de menigte op de stoep liep, op weg naar Vesuvio’s bar ernaast.” Dylan verbleef een eindje verderop in de straat. (…)'. Zes fotografen dus. De commentaar leert me dat ik niet echt weet wie bovenstaande foto gemaakt heeft, de site van Larry Keenan toont alleen een verticale variant.


RICHARD BRAUTIGAN WORDT bijna tien jaar na Allen Ginsberg geboren, aan de andere kant van Amerika. Ginsberg ziet Brautigan voor het eerst ​​in de herfst van 1956. Allen is dan al een lokale beroemdheid, Brautigan is nieuwkomer. Ginsberg kijkt in San Francisco toe, samen met Peter Orlovsky en Gregory Corso, hoe Brautigan gedichten declameert. Ze zijn niet onder de indruk. Ginsberg noemt Brautigan er ‘een neurotische griezel’. 
Ginsberg wordt almaar bekender en Brautigan blijft klein tot Trout Fishing in America ook hem groot maakt. Hoewel ook beatdichter en boekhandelaar Lawrence Ferlinghetti aanvankelijk een afkeer van Brautigan lijkt te hebben, is hij toch onder de indruk van diens meesterwerk. Hij neemt drie hoofdstukken ervan op in de eerste editie van City Lights Journal (1963). In dat tijdschrift verschijnt voor het eerst werk van Brautigan naast dat van Ginsberg. Ook beat-schrijvers Kerouac, Michael McClure, Snyder en William S. Burroughs tekenen in het tijdschrift present. Toch identificeert Brautigan zich niet als beat: ‘Hun waarden en doelen zijn natuurlijk geldig, maar het zijn niet de mijne.’ Wat niet belet dat hij met die stroming gefotografeerd wordt voor de vitrines van beat-boekenwinkel City Lights. 
Op het hoogtepunt van zijn roem, in 1969, verkoopt Brautigan volgens Ferlinghetti meer boeken dan al de beats. Maar terwijl de beat uiteindelijk beschouwd wordt als een van de belangrijke literaire stromingen van de 20ste eeuw, geraakt Brautigan in de vergetelheid. Hij wordt gezien als een 'hippie-schrijver' en wanneer die beweging ten einde komt, wordt hij vergeten. Ferlinghetti spot later met Brautigan en zijn lezers: ‘Hij kon nooit een belangrijk schrijver worden zoals Hemingway, met die kinderlijke kijk op de wereld. De hippiecultuur was zelf een kinderlijke beweging. Ik denk dat Richard de enige romanschrijver was die de hippies nodig hadden. Het was een ongeletterd tijdperk.’
Flor Vandekerckhove

[Een interview met Richard Brautigan, historisch document op YouTube (1983): www.youtube.com/watch?v=dI8woHgQ0FE.]


In ’t najaar van 2022 publiceerde uitgeverij De Lachende Visch een essay van 11 pagina’s over beatdichter Allen Ginsberg, Als de muziekwijze verandert, wankelen de stadsmuren. In de beste traditie van De Weggeefwinkel is ook dat e-essay gratis. U hoeft er alleen om te vragen. Mocht u interesse hebben, mail naar liefkemores@telenet.be.(Vermeld Ginsberg en zeg of je pdf verkiest of epub.)

zaterdag 21 februari 2026

Varianten op de Jailhouse Rock

Links: Flor Vandekerckhove en de Gentse kunstenaar Frank Van den Berghe als oudere mannen, older, wiser, sadder (maart 2025). Rechts: onderstaande anekdote heeft me later geïnspireerd tot ‘Een West-Vlaming als sterkste man van Gent'.

IN JUBILEE HITCHHIKER (°) lees ik dat de jonge Richard Brautigan een politiebureau binnenstormt en eist dat de flik hem opsluit. ’t Is een tragisch incident, de schrijver in spe is ten einde raad, vreest dat hij kwaad zal aanrichten en schreeuwt op die manier om hulp. Waarna hij in de psychiatrie terechtkomt.
Ik ken een soortgelijk gebeuren, een minder kwalijke variant. In de jaren zeventig zijn Frank Van den Berghe en ik vaak samen op pad, jonge mannen, wilde nachten. Tijdens zo’n nacht stappen we in Gent het politiebureau op de Poeljemarkt binnen en vragen er om een gunst. We willen ervaren hoe het is om opgesloten te worden. Of we niet even mogen ‘zitten’. ‘Ah’, zegt de flik, ‘mochten we iedereen opsluiten die erom vraagt, we zouden goed te doen hebben.’
Flor Vandekerckhove

(°) As Hjortsberg. Jubilee Hitchhiker: The Life and Times of Richard Brautigan. 2013. Uitg. Counterpoint. 880 p.

zondag 15 februari 2026

Al die drank! (Schrijvers en alcohol)

Jack Spicer (links) en Richard Brautigan.

IN DE BIOGRAFIE van dichter-schrijver Richard Brautigan (°) heeft William Hjortsberg het ook over Jack Spicer die Brautigan terzijde stond bij ’t creëren van zijn meesterwerk, Forel vissen in Amerika. (°°) Brautigan had ingezien dat poëzie geen brood op de plank brengt, hij wilde proza schrijven. Spicer hielp hem, bijvoorbeeld zeggend: ‘Gooi alle goede zinnen weg.’ ’t Is minder vreemd dan het lijkt, ik kom er later nog wel op terug. Eerst leg ik een mapje aan, ‘compost’ bevattend, waarin later iets over die Jack Spicer kan groeien. 
Ik onthoud San Francisco Renaissance. Ik vind de titel van een bundel in ’t Nederlands vertaalde poëzie van die man: Citroenen, gedichten en zeewier, uitverkocht en alhier niet in de bib voorradig, uiteraard niet. Gelukkig is er ook de ouwe, trouwe dbnl die hier een vertaald gedicht van Spicer plaatst. Daarna lees ik in poets.org: ‘His increasing depression and alcoholism began to destroy even his closest friendships.’ Iets wat ook Brautigan overkomt. En nu ik erover nadenk: dat is ook de weg die Delmore Schwartz gegaan is, poëet wiens biografie hier ook nog ergens half gelezen ligt. (°°°)
Wat is dat toch 
in het schrijversgild met al die drank & depressie? Ge zoudt haast denken dat de act van het schrijven ernaartoe leidt. Wat ook geschiedde, herinner ik me opeens, voor vader en zoon James en Franz Wright. 
In The Thirsty Muse (°°°°) vind ik een lange lijst van alcoholische, Amerikaanse schrijvers: Sinclair Lewis, Eugene O’Neill, William Faulkner, Ernest Hemingway, John Steinbeck, Edward Arlington Robinson, Jack London, Edna St. Vincent Millay, F. Scott Fitzgerald, Hart Crane, Conrad Aiken, Thomas Wolfe, Dashiell Hammett, Dorothy Parker, Ring Lardner, Djuna Barnes, John O’Hara, James Gould Cozzens, Tennessee Williams, John Berryman, Carson McCullers, James Jones, John Cheever, Jean Stafford, Truman Capote, Raymond Carver, Robert Lowell en James Agee. Ik denk ook aan Dylan Thomas, Charles Bukowski en J.M.H. Berckmans
Over schrijvers en drank valt ongetwijfeld veel meer te zeggen en misschien doe ik dat ook eens. In afwachting formuleer ik een hypothese: auteurs drinken niet méér dan wegenbouwers, bankbedienden en pastoors. Ze schrijven er wel meer over, en over hun drinkgewoonten wordt ook door anderen geschreven, waardoor de literatuur een alcoholisch spoor achterlaat dat op den duur mythische proporties aanneemt. ’t Is, zoals gezegd, een hypothese.
Flor Vandekerckhove

(°) William Hjortsberg. Jubilee Hitchhiker: The Life and Times of Richard Brautigan. 2013. Uitg. Counterpoint. 880 p. 
(°°) Richard Brautigan. Forel Vissen in Amerika. Vertaald door Peter van Oers. 2012. Uitg. Van Gennep A’dam. 160 p. 
(°°°) James Atlas. Delmore Schwartz. The Life of an American Poet. 1977. Uitg. Farrar, Straus & Girox. 417 p.
(°°°°) Tom Dardis. The Thirsty Muse: Alcohol and the American Writer. 1989. Uitg. Sphere Books Ltd London. 292 p. Eerlijkheidshalve dien ik hieraan toe te voegen dat het boek ook een lange lijst van Amerikaanse schrijvers geeft die géén alcoholici waren.

 

maandag 9 februari 2026

Haruki Murakami en Richard Brautigan in Oostende

Links: The Graffiti, Langestraat Oostende. Midden: Richard Brautigan. Rechts: Haruki Murakami.

OP MIJN LEEFTIJD valt een mens samen met zijn verleden. Daar valt niet aan te ontkomen. In mijn geval komt het door een kwarteeuw visserij en door een strategie die eerst in mijn voordeel speelde en me nadien tot last werd. Gevolg is dat ik, zelfs wanneer ik tussen literaire groten toef, alleen maar gelezen word als ik over Oostende schrijf. Hoe ik schrijf blijft van ondergeschikt belang. Ja, ik zou het liever anders hebben.
Daardoor ook komt het dat ik Richard Brautigan en Haruki Murakami niet bij David S. Wills ontmoet, maar in Oostende. Ha ja, anders blijft deze post omzeggens ongelezen. Ontmoet ik hen in de Graffiti? Is 't in The Groove? The 88? — help me hier eens uit, kroegtijgers, ’t is, denk ik, in 1980. Haruki Murakami heeft net zijn eerste boeken geschreven en Richard Brautigan glijdt in volle vaart de berg af. Brautigans meesterwerk dateert al van 1967. Murakami daarentegen moet zijn beste werk nog schrijven. Zegt Murakami: ‘Het klopt dat ik destijds een bewonderaar was van Kurt Vonnegut en Richard Brautigan, en van hen leerde ik over deze eenvoudige, vlotte schrijfstijl, maar de voornaamste reden voor de stijl van mijn eerste roman is dat ik simpelweg geen tijd had om een ​​doorlopend proza ​​te schrijven.’ Hij zegt ook: ‘Ik had deze twee boeken samengesteld door inspiratie te putten uit het werk van Amerikaanse auteurs als Vonnegut en Brautigan, die ik als student bewonderde. Achteraf gezien vind ik dat een beetje gênant.’ Brautigan zegt niets, hij drinkt.
Flor Vandekerckhove

° In 2023 ging ik in dialoog met Haruki Murakami, Over schrijverschap.’ Zoals al de e-boeken van uitgeverij De Lachende Visch is ook dit essay, 23 pagina’s, gratis voor wie erom vraagt. Er is een PDF-versie en het is ook beschikbaar in EPUB. Ernaar vragen doe je via liefkemores@telenet.be. De Weggeefwinkel zorgt ervoor dat het dezelfde dag nog in je mailbox valt. Vermeld ‘Over schrijverschap’ en zeg of je epub dan wel pdf verkiest. 
° Wij, met zand in onze schoenen is een memoir, 25 bladzijden, waarin ik terugdenk aan de weg die beeldend kunstenaar Luc Martinsen en ik afgelegd hebben, sinds onze eerste ontmoeting in 1988. Ik schreef dat boekje als een symfonie, een muziekstuk in drie delen, dat na het tweede deel onderbroken wordt door een interludium en afsluit met een coda. In de beste traditie van De Weggeefwinkel is ook Wij, met zand in onze schoenen gratis. U hoeft er alleen om te vragen. Mail naar liefkemores@telenet.be. (Vermeld 'Zand' en zeg 'pdf' of 'epub'.)

donderdag 5 februari 2026

Richard Brautigan, succes in de hoogdagen van hippie

Richard Brautigan (1935-1984)


IN 1966/67 distribueerden de Diggers in San Francisco hun literaire vruchten op straat. Literatuur moest vrij & gratis zijn en The Communication Company stencilde erop los. Hippie werd groot in die dagen en dat geldt ook voor dichter-schrijver Richard Brautigan. Zijn op straat gedistribueerde gedicht All Watched Over by Machines of Loving Grace markeerde als 't ware de overgang van de beatgeneration naar hippie. Het gedicht werd meer dan eens gratis verdeeld, een keer zelfs in een oplage van 40.000. Brautigan voegde er een verklaring van copyleft aan toe: wie wilde, mocht het gedicht vrij van copyright herdrukken, zolang het maar gratis verspreid werd. Ge ziet: De Weggeefwinkel van uitgeverij De Lachende Visch valt niet uit de lucht.
1966, San Francisco, ge moet u dat voorstellen. Er hing daar wel degelijk iets in de lucht en Brautigan wist dat te capteren. Ge moogt voor de rest wel vragen stellen bij de hippiebeweging. Het is waar dat de praktijk van hippie erg ontluisterend kon zijn, zoals Joan Didion die ook beschrijft in haar Slouching Towards Bethlehem
De ontluistering geldt trouwens ook voor Brautigan zelf. In Jubilee Hitchhiker (°) schrijft biograaf William Hjortsberg hoe het lijk van de schrijver pas zes weken na diens dood ontdekt wordt. Vereenzaming, alcoholisme, drugs, literaire afgang, zelfmoord… Later wil dichter Michael McClure nog eens de plek zien waar zijn maat zich van het leven benomen heeft. Hij klimt langs de gevel naar boven en ziet door het venster ‘duidelijk de doodschaduw van Richard Brautigans lichaam geëtst in de vloerplanken, daar waar zijn lichaam vele lange weken onontdekt is blijven liggen. Brautigans lichaam was gesmolten (…) en in het hout gesijpeld, waar het een spookafbeelding achterliet. … De nieuwe eigenaars zouden later proberen het te verwijderen, maar geen enkel solvent of detergent slaagde daarin … Als een gefotografeerde geest wordt Richard Brautigans afbeelding misschien wel voor eeuwig bewaard om in het oude houten huis te spoken.’ 
Flor Vandekerckhove

(°) As Hjortsberg. Jubilee Hitchhiker: The Life and Times of Richard Brautigan. 2013. Uitg. Counterpoint. 880 p.


dinsdag 9 februari 2021

Elk verhaal verbergt een ander



Alles inspireert. De straat, de mensen, je jeugd… Inspirerend zijn ook familieverhalen, films die je ziet… Ik kan geen song horen of ik ontdek er een verhaal in, een ander dan wat de songtekst me voorhoudt (ik heb in 2018 een lijstje opgemaakt van mijn verhalen door songs geïnspireerd, dat zijn er niet weinig: Een lied kan een verhaal verbergen.) 
Ook onderstaande twee provoverzen werden door andermans verhalen geïnspireerd. ‘forel’ haal ik uit Richard Brautigans roman Forel vissen in Amerika, mijn lievelingsboek. Ik vind in dat boek een dialoog tussen de schrijver en… mezelf. Het is tegelijk mijn eerbetoon aan deze auteur die eens ‘de vijfde Beatle’ genoemd werd. Ik heb al 1 en ander over deze Brautigan geschreven. Je vindt die stukjes als je in de labels op zijn naam klikt. Voor het tweede provovers dat ik je vandaag presenteer, ‘hinderlaag’, haal ik inspiratie in The Third Man, een van mijn lievelingsfilms. Een aantal personages uit de film komen in mijn verhaal terecht, samen met eigen volk: een ik-figuur en voorwaar ook meneer Delanghe die wel in meer van mijn verhalen opduikt. (Flor Vandekerckhove)


Van beide provoverzen bestaat een filmpje. Voor wat ‘forel’ betreft tonen de beelden je Richard Brautigan en mezelf, broederlijk naast elkaar poserend, met onze vangst. In tekstwolken zie je de dialoog die we voeren. Het filmpje staat hier


‘hinderlaag’ staat op youtube met beelden uit de film The Third man die me tot het verhaal geïnspireerd heeft. De muziek die je op de achtergrond hoort, is het thema van de film. Ik ben niet ontevreden over het geheel. Wat denk je zelf? Klik hier.


woensdag 13 mei 2020

Leren schrijven met Richard Brautigan (2) (°)

Over de literatuur van James Tate zegt Matthew Zapruder dat het poëzie is, zich van proza onderscheidend door ‘een informele maar toch halsbrekende, absolute bereidheid om de geest te volgen waar hij ook gaat. Dat is een vrijheid die zelfs in het beste proza niet gevonden kan worden.’ Hola! Vind ik die vrijheid niet evenzeer in schitterend proza, bijvoorbeeld in Richard Brautigans Forel vissen in Amerika? (°°) Proza toch?
Al bladerend blijft mijn oog vasthangen aan Sea, Searider, een van die verhalen. De titel verwijst wellicht naar bluesnummers met identiek uitgesproken titels, See Seerider (ook wel C C Rider): In dirty blues songs it often refers to a woman who had liberal sexual views, had been married more than once, or was skilled at sex.’ 
En het verhaal gaat alzo.
De schrijver wacht in een boekwinkel tot 1959 voorbij is. De boekhandelaar overtuigt een vrouw om met de schrijver te vrijen. Die stemt toe: ‘Ik kon niet anders, want mijn lijf was als vogels op telefoondraden die de wereld omspannen en zachtjes door wolken worden gewiegd.’ Ja, dan sla je zo'n aanbod natuurlijk niet af. Na afloop vertelt de boekhandelaar wat er eigenlijk gebeurd is. Blijkt dat de schrijver en de vrouw in dat korte moment in de Spaanse burgeroorlog gevochten hebben: ‘Een keer, toen jij naar het front was, las ze Anatomie van de droefgeestigheid en maakte 349 tekeningen van een citroen.’ Na de val van Barcelona trekt het koppel de plas over: ‘Toen de boot tegen Amerika stootte, gingen jullie, zonder een woord uiteen en zagen elkaar nooit weer.’  Daarna trekt de schrijver naar Mexico waar hij een dorp overneemt. Nadat de boekhandelaar hem dat alles verteld heeft, leest de auteur verder in het boek dat hij bij ’t binnenkomen opengeslagen heeft.
Als dat niet getuigt van ‘een informele maar toch halsbrekende, absolute bereidheid om de geest te volgen waar hij ook gaat’, dan weet ik het ook niet meer. En ’t is een verhaal, ’t is proza.
Maar misschien ook niet. In een biografie (°°°) lees ik over Brautigans eerste korte verhalen de veelzeggende opmerking: ‘If stories they are’, gesteld dat het verhalen zijn. En omdat Forel Vissen in Amerika het eerste prozaboek is van iemand die eerst uitsluitend dichter was, is ook dit belangrijk: 's mans levensgezellin 'would later remark that he had to teach himself to write prose: everything he did seemed to come out as poetry (…)’ Misschien is Sea, Searider een prozagedicht, poëzie dus, en geen prozaverhaal. Héhé.

(°) Leren schrijven met Richard Brautigan (1) staat hier⇲.
(°°) Richard Brautigan. Forel Vissen in Amerika. Vertaald door Peter van Oers. 2012. Uitg. Van Gennep A’dam. 160 pp. 
(°°°) Jay Boyer. Richard Brautigan. Western Writers Series, number 79. 1987. Arizona State University. 55 pp.


En wat denkt u? Is dit een verhaal? Of is ’t poëzie?

Het gedicht De gevaarlijkste tramhalte werd opgenomen in 
‘De man die sneller schijt dan zijn schaduw’. 
De dichtbundel is gratis. 
Vraag ernaar via liefkemores@telenet.be.

donderdag 12 maart 2020

Is ’t een verhaal? Is ’t een gedicht? (2) °

IK KLAP The Government Lake (°°) dicht, een dichtbundel, en blijf met een ei zitten. Kun je deze mooie prozagedichten van James Tate niet evengoed handpalmverhalen noemen? (°°°) The best flash fiction there is! Zelf zegt James Tate: '’t is poëzie.' Maar weet de schrijver wel wat hij zegt? Marcel Reich-Ranicki is van mening dat schrijvers hun eigen werk niet kunnen beoordelen. Doorgaans weten ze wel wat ze ongeveer willen bereiken maar, zegt deze Marcel, dat vertroebelt hun blik op wat ze werkelijk hebben gemaakt. (°°°°) 
Formeel is een handpalmverhaal beperkt in woorden, wat zeker ook geldt voor Tates Last poems. Er is ook een inhoudelijke norm. In What Is Flash Fiction staat: ‘Niet al wat kort is, is flash-fictie. In tegenstelling tot het vignet of het prozagedicht, houdt flash fictie dezelfde conventies aan als een kort verhaal of roman. (…) flash-fictie geeft de lezers een hoofdrolspeler en een centraal conflict, en leidt hen naar een oplossing. (…)’ Ook daaraan voldoet Tate. In Into the Night komt een non uit de kerk en valt. Ze schiet in brand en verwordt tot as. De omstanders staan perplex: is dit een mirakel? Enkele tellen later staat ze een beetje verder onder een boom. Broeder Paul stelt voor haar naar huis te begeleiden: ‘And so the two of them walked off into the night, though it was barely noon.’ Da’s een verhaal hé: er zijn protagonisten, er is een conflict en er is een oplossing. Dat alles op een enkele pagina: flash fiction!
Tegelijk heet het wel degelijk prozagedicht. Volgens Matthew Zapruder komt dat door ‘een informele maar toch halsbrekende, absolute bereidheid om de geest te volgen waar hij ook gaat. Dat is een vrijheid die zelfs in het beste proza niet gevonden kan worden.’  't Is waar dat Tate van die bereidheid getuigt en ‘halsbrekend’ is zeker niet overdreven. Maar of die bereidheid nergens in proza te vinden is? Ik tref die ook aan in de Te korte verhalen — verhalen! — van Joke Van Caesbroeck; ik vind ze in Joy Williams’ 99 verhalen over God; (°°°°°) En ook in Richard Brautigans Forel vissen in Amerika. (°°°°°°) Allemaal verhalen, allemaal proza.  
Misschien is het dit: elk woord dat James Tate neerschrijft leidt naar een doel dat hij op voorhand niet kent. Het ene woord brengt in een muziekje het andere voort en het uiteindelijke resultaat is een epifanie, evenzeer voor de auteur als voor ons. Als er een plot bloot te leggen valt, dan is het er een die ook de dichter pas achteraf duidelijk wordt.
Zelf vind ik dat wel interessant, maar je kunt uiteraard ook Lydia Davis volgen waar ze zegt: ‘(…) probleem met terminologie is dat mijn zogenaamde verhalen in zoveel categorieën kunnen vallen. Ik wil niet moeten stoppen en denken: vandaag schreef ik een filosofische meditatie, of: vandaag schreef ik een anekdote; vandaag heb ik een vignet geschreven; vandaag heb ik een epi geschreven (…) Het punt is, ik wil dat soort zorgen niet.’

(°) Dit is het tweede stukje in een reeks van drie waarin ik de vage grens tussen poëtische handpalmverhalen en prozagedichten opzoek. Het derde deel wacht in de schuif op publicatie, het eerste staat hier: https://florsnieuweblog.blogspot.com/2020/01/is-t-een-verhaal-is-t-een-gedicht.html
(°°) James Tate. The Government Lake. Last poems. 2019. Uitg. Ecco, a imprint of HarpersCollins Publishers New York. 82 pp. [Wie de poëzie van James Tate niet kent, kan rechts van de blog op het lemma met zijn naam klikken, het systeem leidt u naar een gedicht van Tate dat ik vertaald heb.]
(°°°) Volgens de Nederlandstalige Wikipediabladzijde is handpalmverhaal het equivalent voor het Amerikaanse flash fiction. 
(°°°°) Marcel Reich-Ranicki, Mijn leven. A’dam. Uitg. Bert Bakker. 2000.
(°°°°°) Joy Williams 99 verhalen over God. Uit het Engels vertaald door Marianne Gaasbeek. Uitg. 2017. De Geus. 
(°°°°°°) Richard Brautigan. Forel Vissen in Amerika. Vertaald door Peter van Oers. 2012. Uitg. Van Gennep A’dam. 160 pp.

zaterdag 29 juni 2019

De Te korte van Joke Van Caesbroeck

Joke Van Caesbroeck leer ik kennen via Te kort verhaal, wekelijks op woensdag in De Standaard. Ze is ook journalist en ik verneem dat ze, net als ik, fan is van Forel vissen in Amerika. Wie mijn profiel aanklikt, ziet haar naam bij mijn favoriete boeken staan. Ze is wel geen boek, maar mocht ze er een hebben dan zou het een van mijn favorieten zijn. U merkt het, hier spreekt een fan.
Doordat de tijd niet stilstaat heeft ze inmiddels wel een boek; boekje mag ik wel zeggen, 16 bladzijden. Het heet Ik ben gratis maar oneetbaar en de schrijfster is Joke van Caesbroeck, nu met kleine vanIk weet niet of ik het me aanschaf, de uitgeverij is een stichting tot behoud van (typo)grafisch erfgoed en als oud-drukker weet ik niet zeker of ik dat erfgoed wel behouden wil zien. Daartegenover: een van mijn favoriete boeken is er dan een die ‘k nooit in huis zal hebben. Terwijl ik in ’t pikkedonker doorheen dit dilemma waad en in afwachting dat ik de overkant bereik, alwaar de oplossing zich als een zacht glooiend landschap openbaart, (°) schenk ik u een verhaal dat ik van de site van Joke Van Caesbroeck pluk. Het is een product van de digitalisering, kost niets, is immer en voor elkeen beschikbaar. Achteraf hoef ik me niet af te vragen aan wie ik het nu ook alweer uitgeleend heb. Ik hoef het Van Caesbroeck niet terug te geven en u hoeft het evenmin aan mij terug te bezorgen. Het verhaal heet Hert.

We keken naar nachtwinkelwijnen, jij naar witte, ik naar rode. Onder mijn kleren droeg ik een badpak. Al mijn ondergoed zat in de was. Ik trok het badpak vantussen mijn schaamlippen, nam een fles rosé, zei dat ik in staat was tot compromissen, zolang ze alcohol bevatten. Je noemde me hert.
Een paar maanden later ging je naar de nachtwinkel en keerde nooit terug. Je was altijd al een filmmens. Ik ging op Tinder en keek elke avond naar mijn profiel. Steeds was ik minder dan één kilometer in de buurt.
Misschien zien we elkaar weer in wascenter Netezon. Mijn ondergoed dat droogzwiert, ik die stil zit te huilen op een stoel, jij die het ziet en zegt: het is al lang geleden dat de moeder van Bambi stierf.

Flor Vandekerckhove

(°) Lap, daar heb je ’t al: gisteren was het product in de uitgeverij nog op voorraad en vandaag al niet meer. Ziedaar een van de zegeningen van het (typo)grafisch erfgoed.

Joke van Caesbroeck. Ik ben gratis maar oneetbaar. 12 verhalen. 16 pagina’s, met de hand gezet, plus vier tekeningen van Marjan Jaspers, 15 €. Gedrukt op 100 exemplaren, op een FAG-proefpers. Uitg. de Hof van Jan. 2019. 

zaterdag 10 maart 2018

Leren schrijven met Richard Brautigan (I)

— Richard Brautigan (1935-1984) —
HOE KOMT HET dat ik Richard Brautigan nu pas leer kennen? Komt dat doordat hij tussen twee stoelen valt? Is hij iets te jong voor de beatgeneratie van de jaren vijftig en een beetje te oud voor de jeugdrevolte van de jaren zestig? Marginaal mag je Brautigan nochtans niet noemen. Trout fishing in Amerika, zijn meesterwerk, is in ’t Nederlands vertaald en in nog 11 andere talen. Wereldwijd zijn daar twee miljoen exemplaren van verkocht. Naast Forelvissen zijn er nog zeven boeken van hem in ’t Nederlands vertaald, maar die zijn nu een beetje onvindbaar. 
In Trout fishing in Amerika volgen we een hippieachtige auteur die aan de maatschappelijke druk probeert te ontsnappen door op forel te vissen. Je mag daarbij aan Walden van David Thoreau denken, zij het niet meer dan een beetje.
’s Morgens vertrekt onze forelvisser welgemutst ter visvangst. Als aas heeft hij een sneetje brood mee. Het uitzicht is prachtig: beekje, waterval: ‘Maar toen ik dichterbij kwam, merkte ik dat er iets niet klopte. De beek gedroeg zich niet normaal. Er was iets raars mee. Er was iets mis met de manier waarop zij zich bewoog.’ Wanneer hij nadert ziet hij dit: ‘De waterval was gewoon een witte houten trap die omhoogliep naar een huis tussen de bomen.’ Wat een ontgoocheling: ‘Het draaide erop uit dat ik mijn eigen forel werd en de snee brood zelf opat.’ Op de desillusie volgt deze commentaar: ‘Ik kon het ook niet helpen. Ik kon een trap niet zomaar veranderen in een beek.’  Die commentaar wordt gegeven door een personage dat, net als de boektitel, Forelvissen in Amerika heet.
Forelvissen in Amerika is, ontdek je gauw, niet alleen een titel en een commentator, het is ook een hotel en een vredesmars. Na enkele bladzijden verwondert het je al niet meer dat je daar ook tweedehands forelwater kunt kopen: ‘We verkopen het per meter. U kunt een klein stukje nemen of alles wat we nog hebben.’ De watervallen, bomen, vogels, bloemen, gras en varens worden aangerekend, maar de ‘insecten krijgt u gratis bij een minimumafname van drie meter.’ Richards boodschap: álles is te koop, dat is erg, maar niet erg genoeg om er je humor bij te verliezen.
Het boek wordt een kassucces. Schrijver wordt rijk. Schrijven wordt wollig. Drank, vreten, weggesmeten geld. Zelfmoord. Maar hij heeft wel zijn levensdoel bereikt: ‘Ik heb altijd een boek willen schrijven dat eindigde met het woord mayonaise.’ Ik kijk naar de laatste bladzijde van Forelvissen in Amerika en daar staat helemaal onderaan: ‘P.S. Sorry dat ik het vergeten was van de mayonaise.’

Richard Brautigan. Forel Vissen in Amerika. Vertaald door Peter van Oers. 2012. Uitg. Van Gennep A’dam. 160 pp.

vrijdag 19 januari 2018

In en uit de kast komen


'Er zijn en tegelijkertijd niet zijn 
is een universeel verlangen van de mens.'
Maarten Inghels.


JE MOET HET maar eens aan mijn maat Johan vragen, hij is er zelfs een beetje pissig om: ik ben een meester in het verdwijnen.
Telkens iets gedaan is ben ik weg. Normaal, zeg je, gedaan is gedaan. Maar dat is het niet, mensen willen dat je nablijft. Om na te kaarten, te netwerken, om te drinken, omwille van de sfeer, om te socialiseren, uit dankbaarheid, omwille van de vriendschap… 
Dit is hoe ik naar een receptie ga: handjes gevend loop ik door de massa naar de achterdeur. En weg! Dit is hoe ik een café bezoek: via het raampje in de WC kom ik weer op straat terecht. En weg! Dit is hoe ik een publiek optreden afwerk: ik lees mijn ding voor en Flor has left the building. Dit is hoe ik aan een betoging deelneem: zodra de stoet zich in beweging zet, stap ik alweer de trein op. Dit is hoe ik aan reünies deelneem: niet!
Zo zal ik uiteindelijk ook uit ’t leven verdwijnen: tegen de tijd dat men zich afvraagt waar ik uithang, ben ik al lang tot stof en as vergaan. Weg!
Hier past een anekdote. In Jubilee Hitchhiker, de biografie van auteur Richard Brautigan, schrijft William Hjortsberg hoe het lijk van de schrijver pas zes weken na diens dood ontdekt wordt. Later wil de dichter Michael McClure nog eens de plek zien waar zijn maat zich van het leven benomen heeft. Hij klimt langs de gevel naar boven en ziet door het venster ‘duidelijk de doodschaduw van Richard Brautigans lichaam geëtst in de vloerplanken, daar waar zijn lichaam vele lange weken onontdekt is blijven liggen. Brautigans lichaam was gesmolten (…) en in het hout gesijpeld, waar het een spookafbeelding achterliet. … De nieuwe eigenaars zouden later proberen het te verwijderen, maar geen enkel solvent of detergent slaagde daarin … Als een gefotografeerde geest wordt Richard Brautigans afbeelding misschien wel voor eeuwig bewaard om in het oude houten huis te spoken.’ 
Nu ben ik ook al een tijdje uit ‘t leven van mijn maat Johan verdwenen en daar is hij een beetje boos om. Ik heb hem nochtans gewaarschuwd: zodra het kan ben ik weg. Je kunt wel zeggen dat het niet schoon van me is, maar je kunt zoveel zeggen.
Inmiddels ben ik zelfs uit mijn living weg. Ik woon nu in de linnenkast. Naast me, in de commode, woont de kat. ’t Is waar wat ze zeggen, dat huisdieren op den duur op hun baasje lijken.