💦 FULL SET: Search/label/male%gaze - Uncensored 2025

Posts tonen met het label male gaze. Alle posts tonen
Posts tonen met het label male gaze. Alle posts tonen

woensdag 12 juli 2023

Altijd schrijdt hij voort, de tijd

Van links naar rechts: de oorspronkelijke boekcover uit 1946, filmaffiche 1947, affiche 2021.


In 2015 post ik een stukje onder de wervende titel Zware jongens, lichte meisjes en linkse schrijvers. ’t Is een ietwat encyclopedisch stukje waarin ik mijn notities uit oude schriftjes mix met van ’t net gehaalde info. De slotzin: ‘En dan is er natuurlijk ook nog het onovertroffen Nightmare Alley (1946) van William Lindsay Gresham (1909-1962) dat overduidelijk links geïnspireerd is. Als film noir werd het verhaal uitgebracht in 1947.’
1946-'47 is lang geleden, ik was niet eens geboren, maar ik heb die film wel gezien; iets wat jij hier ook kunt doen, dankzij de wondere machinerie van YouTube. Intussen is er alweer een nieuwe Nightmare Alley, ook die heb ik gezien.
In mijn lijst met goede voornemens staat dat ik ooit een vergelijking maak tussen boek 1946, film 1947 en film 2021. Dat voornemen is flauwekul, maar ter voorbereiding noteer ik toch wat rock ’n roll-auteur Nick Tosches over zijn ervaring met de 1947-film schrijft. Hij heeft Nightmare Alley meermaals gezien, beklijvend was die keer op zaterdag 12 september 1981. (°)
‘Ik had geen VCR, maar ik had wel een mooie vriendin. (…) Toen ik de deur opende rook ik de geur van marihuana, ik zag haar liggen, soezend op de sofa, in zwarte lingerie, zwarte nylons en zwarte naaldhakken; en ik hoorde Tyrone Powers stem, cool en duister, komen uit het grijze flikkeren van het tv-scherm. (…) Ik heb de film sindsdien met elke vriendin bekeken, maar geen van hen is op het gebied van de dresscode zo gesofistikeerd geweest. (…)’

Volgt een recensie van de film die hij waard acht om keer op keer bekeken te worden. Afsluiten doet hij alzo:

‘Dus, het meisje in het zwarte ondergoed is weg. Maar de laatste lach zal mijn zijn, wanneer Nightmare Alley op video uitkomt. Ik heb uiteindelijk een VCR gekocht, en alhoewel ik nu op m’n eentje in de sofa zit, stelt dat me gerust.’
De verwijzingen naar de VCR maken duidelijk dat ook 1981 lang geleden is. Voorts leert het internet me dat zelfs 2021 lang geleden is. Mijn goede voornemen om het boek van 1946, de film van 1947 en deze van 2021 te vergelijken mag ik schrappen, Tony Sokol steekt me hieral in 2022 de loef af, in een stukje dat door mij geenszins te overtreffen valt. 1946, 1947, 1981, 2021, 2022… Altijd schrijdt hij voort, de tijd, nooit staat hij stil.


(°) Op p. 394-95 in The Nick Tosches Reader. 2000. Boston, Da Capo Press, Perseus Books Group. 593 pp.



De e-boeken (pdf) van De Lachende Visch zijn gratis. Mail erom (en vermeld de titel): liefkemores@telenet.be.

vrijdag 10 april 2020

Een onderbroken stukje telefoonseks



Meer dan eens gebeurt het dat ik voor de treurbuis in slaap val en ondanks het
Lawaai van auto’s die elkaar met gierende banden de loef afsteken blijf slapen
En dat ik zelfs niet wakker word van het definitieve vuurgevecht dat het pleit 
Tussen de goeden en de slechten beslecht en altijd in t nadeel van de slechten.

Wakker word ik veelal pas als de herhalingslus al lang gaande is en gaande en 
Gaande en de nieuwslezer voor de zoveelste keer het inmiddels al oude nieuws
Aan de kijkers kenbaar maakt maar vandaag gaat het er anders aan toe want ik 
Word onverwachts uit de slaap gerukt door de beltoon van mijn telefoon.

Terwijl ik met één oog mijn Nokia zoek die me nu al zoveel jaren trouw vergezelt
Zie ik met het andere oog dat er een nachtelijke film noir op de tv te zien is en de
Zwart-wit scène die zich voor dat oog ontvouwt is deze van een femme fatale
Indrukwekkend schaars gekleed liggend op een bed en de telefoon ter hand.

Onderwijl hoor ik in mijn telefoon een door mij moeilijk te ontkennen vraag 
Gesteld door een mij onbekende vrouw die wil weten of ik het ben en me daarna
Zegt dat ze blij is dat ze me op dat late uur nog wakker aantreft omdat ze zich
Bijzonder eenzaam voelt en hoge nood heeft aan een stimulerend gesprek.

Terwijl ze deze woorden zegt kijk ik eerst op mijn horloge en zie dat het ruim na 
Middernacht is en daarna zie ik dat de film niet erg geschikt is voor al te jonge
Kijkers want de femme fatale ontbloot demonstratief haar dijen en brengt haar 
Vingers naar haar clit in een geslaagde poging om de male gaze te bevredigen.

De mij onbekende vrouw die me belt zegt dat ze op het bed ligt en het zich daar 
Gemakkelijk maakt en ze vraagt na enig weifelen of ze me mag vertellen welke 
Kleren ze op dat nachtelijke uur nog aanheeft en of ik haar wil vertellen welke 
Kleren ik zelf aanheb en of ik dat eerst wil zeggen of liever heb dat ze zelf begint.

Dat alles is al vreemd genoeg maar nog vreemder is dat de femme fatale van de 
Film noir op de tv aan de telefoon een soortgelijke vraag in t Amerikaans stelt en 
Dat het antwoord van de man aan het andere einde van de lijn exact hetzelfde is
Als dat van mij waardoor ik mijn eigen woorden in het onderschrift zie staan.

Nog voor de mij onbekende vrouw de kans krijgt me iets over haar garderobe te
Vertellen hoor ik hoe iemand in de film op de tv op de deur van de hotelsuite 
Klopt waarna de femme fatale geroutineerd haar peignoir fatsoeneert terwijl ze 
Aan de telefoon zegt dat ze gaat kijken wie op dit nachtelijke uur nog aanklopt.

Dat is ook wat de mij onbekende vrouw me in mijn telefoontje zegt en terwijl ik 
Op het antwoord wacht zie ik in de film op te tv dat het om een mannenmens 
Gaat waarin ik al na enkele tellen de haveloze detective Philip Marlowe van 
Raymond Chandler kan herkennen die zijn deukhoed meteen op het bed keilt.

Terwijl ik in mijn Nokia halvelings het gesprek tussen de bezoeker en de mij
Onbekende vrouw kan volgen die me zo onverwachts heeft opgebeld zie ik hoe 
De beeldschone femme fatale in de film de telefoonhoorn op het nachtkastje 
Weer opneemt en zegt dat ze moet neerleggen omdat de Philip er is.

Dat is ook wat de mij onbekende vrouw me in mijn telefoon zegt maar dan over 
Een andere Philip en ze zegt het in ‘t Nederlands dat op de ondertiteling te lezen 
Staat en nog voor ik haar kan antwoorden schakelt ze de telefoon uit en laat me 
Eenzaam achter met de rest van de nacht die ongetwijfeld slapeloos zal zijn.

Flor Vandekerckhove


Het gedicht 'Een onderbroken stukje telefoonseks' werd toegevoegd aan de dichtbundel 'De man die sneller schijt dan zijn schaduw'.  De bundel (92 pp, e-boek, PDF) is gratis. Mail erom naar liefkemores@telenet.be

woensdag 11 september 2019

Drie variaties in de gestroomlijnde vorm van een femme fatale


1. MacGuffin‘Mijn naam is MacGuffin,’ zegt ze, ‘ik kom deze drie roman noir variaties op gang trekken.’ Ik vraag: ‘Kan ik u daarbij van dienst zijn?’ Ze antwoordt: ‘’t Mag niet altijd over seks gaan.’ Ik zeg: ‘Toch heb je in elke roman noir een femme fatale nodig.’ Ze zegt: ‘Desnoods wil ik dat wel zijn, maar wie is dan de antiheld?’ Ik weer: ‘Mevrouw, mag ik u ter zake mijn diensten aanbieden?’ Ze staat op en zegt: ‘We zullen zien.’ Teleurgesteld vraag ik: ‘Heu, ga je nu al weg?’ Ze antwoordt: ‘Ja, want het moeten extreem korte roman noir variaties blijven.’ 


2. Tepelklem‘Ik heb het in zijn jas gevonden’, zegt ze. Ze wil weten wat het is. De femme fatale legt het object op mijn bureau. Ik zeg dat ik het zal uitzoeken. Thuis vertel ik het mijn echtgenote. Ik toon haar het object. ‘O’, zegt mijn echtgenote meteen, ‘dat is een tepelklem.’ Ik kijk onbegrijpend naar het ding. ‘Kijk’, zegt ze. Ze trekt haar T-shirt omhoog, ontdoet zich van haar beha, steekt vlot een tepel tussen de staafjes. Ze klemmen zich rond haar tepel die meteen hard wordt. ‘Wel verdorie,’ zeg ik, ‘kust nu mijn kloten.’ Niet zo vlug, zegt ze, ‘Eerst afruimen.’

3. Silicone — Schaamteloos gaat de femme fatale me voor. Haar billen bewegen ritmisch onder haar spannende rok. Ondanks het uitzicht blijf ik op mijn hoede. Gedempt licht. Binnen legt ze haar armen rond mijn hals. Terwijl mijn handen op haar heupen rusten, zie ik in de spiegel de beweging van een kastdeur die achter me openschuift. In een reflex maak ik een halve draai, zodat zij een schild voor me vormt en ik recht in de ogen van de gangster kijk. Hij schiet. De kogel treft haar, maar blijft in het silicone van haar linkerborst steken, waardoor ze aan een gewisse dood ontsnapt.


Flor Vandekerckhove

woensdag 23 mei 2018

MacGuffin

— Om een goeie 'noir' te schrijven heb je eerstens
een antiheld en een femme fatale nodig.—
Ze kwam mijn kantoor binnen en vroeg me op de man af: ‘Bent u een hardgekookte detective?’ 
Omdat ik niet van gisteren ben, begreep ik dat ze op zoek was naar iemand als Philip Marlowe, een collega-speurder die de geschiedenis van de pulpliteratuur ingegaan is met het adjectief hard-boiled.
‘Wel,’ antwoordde ik lachend, ‘ik heb toch al een gleufhoed’. Eerlijkheidshalve voegde ik eraan toe: ‘maar wat u in mijn glas ziet heeft alleen de kleur van whisky, het is koude thee.’
Dat laatste, zag ik, deed haar twijfelen. Toch ging ze op de rand van mijn bureau zitten en zei: ‘Mijn naam is MacGuffin en ik ben hier om dit verhaal op gang te trekken.’
MacGuffin zag eruit alsof ze in haar jurk gegoten was. Ik moest denken aan een citaat dat zei: Ga Hier Niet Op In. Was het Raymond Chandler die dat geschreven had? Ik dacht van niet. Dus vroeg ik: ‘Kan ik u hierbij helpen?’
Ze zei: ‘Ik wil van u weten hoe ik een zeer kort zwart verhaal kan schrijven.’
Ik begreep dat ze een noir op ’t oog had. Ik schonk ons beiden een glas koude thee in en zei: ‘Wel, je hebt alvast twee personages nodig: een antiheld en een femme fatale.’
‘Dat laatste kan ikzelf wel leveren,’ zei MacGuffin en ze kruiste haar benen, ‘maar waar vind ik een antiheld?’
‘Mevrouw MacGuffin,’ zei ik, ‘wat ik ambieer is een luxueus leven en een uitpuilende bankrekening. Maar wat ik heb is een hoed en een blaffer. Volstaat dat als antiheld?’
‘We zullen zien,’ zei MacGuffin. ‘Heeft het genre beperkingen?’
‘Beperkingen zijn er zeker’, antwoordde ik, ‘je moet bijvoorbeeld de terminologie respecteren. Je moet hard-boiled zeggen en niet hardgekookt, je zegt noir en niet zwart. Dat komt,’ voegde ik eraan toe, ‘doordat elke taal eigenheden heeft die niet zomaar vertaald mogen worden, zoals bijvoorbeeld het Amerikaanse FUCK YE. Je mag dat in ’t Vlaams niet als POEP JE vertalen hé, dat slaat nergens op. Hetzelfde geldt voor het Franse Nom de Dieu de putain de bordel de merde de saloperies de connard d'enculé de ta mère! Begin er maar eens aan.’
‘Ja, dat begrijp ik’, zei ze. Ze stond op.
‘Heu, ga je nu al weg?’ vroeg ik teleurgesteld.
‘Ja,’ zei ze, ‘want het moet een zeer kort verhaal blijven.’ Waarna MacGuffin me verweesd achterliet. 
Pas nadat ik drie volle glazen koude thee achterovergeslagen had, kon ik me weer vermannen. Ik ging naar huis, waar mijn echtgenote me opwachtte met Gentse Stoverij, ook iets wat je niet zomaar mag vertalen hé.

Flor Vandekerckhove

maandag 7 mei 2018

Silicone

ONVERWACHTS had ze me opgebeld met de vraag of we eens konden afspreken. Ik had toegestemd en nog dezelfde avond zat ik naast haar in een bar aan de oostkant van Oostende, in de Prins Albertlaan. De Bang Bang Bar, een veelzeggende naam voorwaar. Ze was fel veranderd, het vel van haar gezicht was opgespannen en haar lippen waren dikker dan deze die ik in mijn jeugd gekust had. Haar borsten waren belachelijk groot. 
Ze zag mijn onrust, zei ze, en stelde me daarom voor om naar boven te gaan, naar haar kamer, zei ze, waar we rustig konden verdergaan, zei ze, met wat we bezig waren, zei ze. Ik stemde toe.
Rode draperieën, rood tapijt, rode sprei op 't bed. Veel spiegels ook. Gedempt licht. Ze legde haar armen rond mijn hals, en terwijl mijn handen op haar heupen rustten, zag ik in de spiegel de beweging van een kastdeur die achter me openschoof. In een reflex maakte ik een halve draai, zodat zij een schild voor me vormde en ik recht in de ogen keek van de man die schoot. De kogel trof haar in de rug, doorboorde haar longen en bleef in het silicone van haar linkerborst steken. 

woensdag 1 juni 2016

Over wellust & piëteit

— Van links naar rechts. De grafsteen van journalist Victor Noir. Midden: een Parisienne weet er raad mee. 
Rechts Maya Karénine in de FB Groupe surréaliste. —


In het bemanningsverblijf van de Amandine kijk ik naar beide wandversieringen: aan de ene wand een pin-up en aan de andere kant Christus aan het kruis. beide naakt, op een bijzonder suggestieve lendendoek na. Piëteit en wellust! Elders stoot ik in de achterliggende grot van een passiekapel weer op zo’n suggestieve Christus. Aan het traliehekwerk hangen tientallen tissues en papieren zakdoekjes, een vieze bedoening, zeker als je bedenkt dat die doekjes misschien wel lichaamsvocht bevatten. Weer is er die seksuele connotatie. En nu een profane. Op het kerkhof Pêre Lachaise is er het graf van Victor Noir die in de negentiende eeuw om politieke redenen vermoord wordt. De tombe wordt versierd met een levensgroot beeld van de neergeschoten journalist. We zien hem neerliggen na diens dood, en ja, de seksuele connotatie is onbetwistbaar. Victors piemel wordt aangeraakt, betast, gestreeld, gekust — en meer — door vrouwen die orgasme nastreven. De plek glanst ervan. Victor Noir en Christus, twee keer politieke moord, twee keer piëteit, twee keer wellust.
Flor Vandekerckhove















Op 1 januari 2022 publiceert uitgeverij De Lachende Visch een nieuw e-boek van Flor Vandekerckhove. Honderd titelloze eenparagraafverhalen wordt ingeleid door Flors oud-leraar Nederlands Alfons Vandenbussche.



De e-boeken van Flor Vandekerckhove zijn gratis voor wie erom vraagt. Vooraf bestellen kan. Het boek wordt u dan per e-mail toegestuurd zodra het in het rek van De Weggeefwinkel komt te liggen. Vraag erom via liefkemores@telenet.be↗︎



maandag 25 mei 2015

Zware jongens, lichte meisjes en linkse schrijvers

Marie Windsor als Edna Tucker in de film noir Force of Evil.
Terwijl ik de film noir aan ’t onderzoeken was, viel het me op hoeveel linkse auteurs zich op dat genre werpen. Er was niet alleen de grote Dashiell Hammett waarover ik later wel een apart stukje publiceer. Er vallen in die duistere wereld behoorlijk wat linkse namen te sprokkelen. Walter Snow (1905-1973) schreef socialistische essays en deed erg zijn best om een proletarische auteur te worden, maar wat hij echt werd was iets anders: een goeie schrijver van detectiveverhalen. John Spivak (1897-1981) was een Amerikaanse communist van het soort dat het in de jaren dertig nodig vond om voor de Russische geheime dienst te werken, een informant die de stalinisten onder meer van informatie over de Amerikaanse trotskisten voorzag. Daarnaast leefde hij zich uit in het schrijven van boekjes van het pulpgenre. William Rollins Jr., waarover ik op ’t internet geen biografische gegevens vind, was een marxist die tot aan zijn dood in de jaren veertig detectives blijft schrijven. Dat deed ook Ben Appel (1907-1977). Van William Cunningham is Pretty Boy bekend, boek dat onlangs heruitgegeven werd. Het wordt omschreven als ‘The classic proletarian crime novel’. In veel linkse romans kwamen gangsters voor, zoals dat ook het geval is in de proletarische roman Jews Without Money van Mike Gold (1894-1967), een auteur die zichzelf levenslang communist blijft noemen. Misdadigers zijn er ook aanwezig in The Girl van de linkse schrijfster Meridel Le Sueur (1900-1996). En in Native Son van Richard Wright (1908-1960) staat zo’n misdadiger zelfs centraal. Dat is ook het geval in Low Company (in 1947 verfilmd als The Gangster) van Daniel Fuchs (1909-1993). Waarmee we bij de scenaristen belanden. Wanneer je de scenario’s meerekent dan wordt de linkse bijdrage wel bijzonder groot. Albert Maltz (1908-1985) die omwille van zijn linkse overtuiging in de gevangenis terechtkwam, was mede-auteur van The Naked City, film die ikzelf als meesterlijk quoteer. Abraham Polonsky (1910-1999), eveneens op de beruchte zwarte lijst van Hollywood, was de regisseur van Force of Evil (1948, gebaseerd op de roman Tucker’s (1943) van de marxist Ira Wolfert [1908-1997]). Ben Maddow (1909-1992) was o.a. auteur van The Asphalt Jungle. Kenneth Fearing (1902-1961), medestichter van het kleine, maar beroemde tijdschrift Partisan Review, schreef The Big Clock dat in 1948 verfilmd werd. Jim Thompson evolueerde van het schrijven van proletarische romans naar misdaadverhalen. Zijn pulpverhaal The Killer Inside Me werd twee keer verfilmd. En dan is er natuurlijk ook nog het onovertroffen Nightmare Alley (1946) van William Lindsay Gresham (1909-1962), overduidelijk links geïnspireerd. Als film noir werd het uitgebracht in 1947. 
Waarmee dit stukje over zware jongens, lichte meisjes en linkse schrijvers los van mijn oorspronkelijke bedoeling op een kleine encyclopedie is beginnen lijken.

zondag 15 februari 2015

Film noir: vrouwen, sigaretten en een oud kantoor

— Al mijn fouten, tekortkomingen, misdaden, zonden, verslavingen en andere ongemakken wortelen in de film noir. —

HEDEN BRENG IK u onverbloemd op de hoogte van mijn karaktergebreken & verachtelijke opvattingen, alsmede van de bronnen waaraan ik me gelaafd heb om mijn verwerpelijke levenswandel te voeden. U begrijpt dat ik het kort wil houden.
Eén: wie mijn persoonlijke geschiedenis een beetje kent, weet dat het instituut huwelijk me, nevenvormen inbegrepen, veertig jaar miserie opgeleverd heeft, om nog te zwijgen over de herinneringen waarmee mijn exen achterblijven. Twee: toen Dolle Mina in 1969 op straat een stuk lingerie verbrandde, vond ik dat een verwerpelijke actie. Ik heb daar toen niets over gezegd — de tijdgeest stond dat ook niet toe — maar in stilte heb ik er wel onder geleden. Drie: toen ik achttien werd, vond ik dat een sigaret perfect bij mijn imago paste en toen ik dat enkele jaren later alweer niet meer vond, bleef ik toch roken. Vier: succes, daar loop ik in een grote boog omheen. Mijn kantoor heeft altijd in kansarme buurten gelegen, de tijdschriften die ik uitgegeven heb mag je commercieel waardeloos noemen, mijn verhalen worden zelden gelezen. Ik vond, vreemd genoeg, dat het zo hoorde en eigenlijk vind ik dat nog altijd. Vijf. Waar anderen zich laten inspireren door heiligenlevens, sporthelden of politieke voormannen, is mijn leven gemodelleerd op maat van de noir. Laat me toe dat aan te tonen door mijn tekortkomingen weer op te roepen, nu in omgekeerde volgorde.
Vier. Mijn kantoor in het Oostendse havengebied — leeg, armoedig, uitgeleefd ­— verschilde nauwelijks van dat van privédetective Philip Marlowe in The Big Sleep. Daar zat ik dan, net als die Marlowe, te niksen, benen gestrekt, voeten op een bruin gevernist bureau, wachtend op de dingen die zouden komen. Drie. Nu ik in de aanloop naar dit stukje een heleboel van die films (her)bekeken heb, valt het mij op: iedereen rookt zich te pletter. In Out of the Past (1947) komt Robert Mitchum een plek binnen, hij ziet daar Kirk Douglas staan die hem meteen vraagt: ‘Cigarette?’ Mitchum houdt zijn hand omhoog, toont zijn sigaret en zegt: ‘Smoking’. Uiteraard. Twee: de biotoop van de vrouw is in die wereld heel anders. Zij houdt zich op in het boudoir, alwaar rokende armoelijders, zoals Humprey Bogart en ik, hen in vernuftige lingerie te zien krijgen. Eén: het huwelijk. De vrouwen in de noir laten me steevast achter met beelden van mascara, lippenstift, lange benen, roodgelakte nagels, pumps, lange handschoenen… Zelfs wanneer ze onder de kogels neerzijgen geraakt hun haar niet in de war — 't is wellicht, o contradictie!, tijdens zo'n neerzijgen dat het woord levenskunst uitgevonden is. In The Maltese Falcon (1941) gaan de mannen ongehuwd door ’t leven of ze zijn slecht getrouwd. Van de femme fatale die steevast in dat soort films te zien is, vergeet ik altijd hoe slecht het met haar afloopt, wel onthoud ik haar seksuele aantrekkingskracht. Niemand verwoordt dat beter dan femme fatale Kathie Moffatt wanneer ze in Out of the Past tot Jeff Bailley zegt: ‘I never told you I was anything but what I am — you just wanted to imagine I was.’