💎 PREMIUM: Search/label/journalistiek - HD Photos!

Posts tonen met het label journalistiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label journalistiek. Alle posts tonen

dinsdag 29 juli 2025

In memoriam Frank Depreitere (°1959 - †2025)

Frank Depreitere (†) [Foto Wim Depoortere.]


OP VRIJDAG 25 juli is in Gent Frank Depreitere (° 29 juli 1959) overleden. Hij was de bezieler van persblog.be⇲, veelbekeken blog met verhalen over Gent en (veelal historische) beelden van de stad. De doodsbrief vermeldt: ‘Schrijver, journalist, blogger, kenner en liefhebber van Gent.’ Het afscheid heeft plaats op 1 augustus in het uitvaartcentrum Westlede in Lochristie. (Meer op Facebook.)
Persoonlijk heb ik Depreitere niet gekend, maar we mailden elkaar wel. Enkele posts in De Laatste Vuurtorenwachter waren niet mogelijk geweest zonder zijn hulp en die van zijn persblog. Bij wijze van eerbetoon haal ik ze aan: Honger en dorst, over Elga, ‘oer-moeder van de Gentse frietenbak’, Meer moet dat niet zijn, over de Gentse Westerbegraafplaats en 1968, ’t Keetje, over een bruine kroeg waaraan velen met mij tot vandaag met vreugde terugdenken. (Flor Vandekerckhove

Wij, met zand in onze schoenen is een memoir (25 bladzijden), waarin ik terugdenk aan de weg die beeldend kunstenaar Luc Martinsen en ik afgelegd hebben, sinds onze eerste ontmoeting in 1988. Ik schreef dat boekje als een symfonie, een muziekstuk in drie delen, dat na het tweede deel onderbroken wordt door een interludium en afsluit met een coda. In de beste traditie van De Weggeefwinkel is ook Wij, met zand in onze schoenen gratis. U hoeft er alleen om te vragen. Mocht u interesse hebben, mail naar liefkemores@telenet.be. (Vermeld 'Zand' en zeg 'pdf' of 'epub'.)



dinsdag 22 juli 2025

Oud worden voor beginners (6)

De ouderdom is de leeftijd waarop je je haast om herinneringen vast te leggen, voor ze je ontglippen. Zo herinner ik me op de valreep dat ik in de vroege jaren negentig voor Het Visserijblad naar Lorient in Frankrijk reisde, om daar een internationale bijeenkomst van visserij-journalisten bij te wonen, een conferentie volledig betaald door de Europese Unie. Maar… hoe ging het er daar ook alweer aan toe? Een herinnering in 100 woorden. — Onderschrift foto: Links Ann Savage als Vera in de film noir Detour (1945). Rechts: de 76-jarige oud-journalist blikt terug op een journalistiek verleden.

In een vorige post, 'Oud worden voor beginners (5)’, vertel ik iets over het liefdesverhaal van A.L. Snijders en Ineke Swanevelt, een jonge liefde op hoge leeftijd. Ineke Swanevelt reageerde inmiddels uitgebreid op die post: klik hier.

Reporter — IK RIJ TOT waar een zee van vlaggen zegt dat de Europese Unie betaalt. Ik tel aanwezigen, bekijk sprekers. Voor mij ligt een map om me er gemakkelijk vanaf te maken. Mijn blik gaat naar de tolken die geconcentreerd hun werk doen. In m’n oortje luister ik naar de zoetgevooisde stem van tolk Vera die ik nog ken van een vorige bijeenkomst. Na de zitting schud ik her en der handen. Ik sla mensen op de rug, iemand knijpt me in de wang. In de avondschemering wandel ik naar het hotel waar ik een bad zal nemen. Vera gaat mee. (Flor Vandekerckhove)


Wij, met zand in onze schoenen is een memoir (25 bladzijden), waarin ik terugdenk aan de weg die Luc Martinsen en ik afgelegd hebben, sinds onze eerste ontmoeting in 1988. Ik schreef dat boekje als een symfonie, een muziekstuk in drie delen, dat na het tweede deel onderbroken wordt door een interludium en afsluit met een coda. In de beste traditie van De Weggeefwinkel is ook Wij, met zand in onze schoenen gratis. U hoeft er alleen om te vragen. Mocht u interesse hebben, mail naar liefkemores@telenet.be. (Vermeld 'Zand' en zeg 'pdf' of 'epub'.)

maandag 23 juni 2025

Ooit komt de dag dat ge wel iets weet

Josse De Pauw in het plantsoen. © Johan Dockx.

Zondag 22 juni 2025 — WANNEER IK IN de krant zo’n boekenbijlage lees, denk ik altijd: man man man, hoe onwetend zijt gij eigenlijk. Ik spreek dan tegen mezelf, onwetende lezer die ik ben. Maar deze keer is het anders, deze keer weet ik waarover ze het hebben. Frontpagina: Joan Didion. Lees ik, ken ik. Op de tweede pagina geeft Lies Van Gasse ons een zin die haar bijblijft. Ik ken die zin, het is de opening van De gedaanteverwisseling, daar schreef ik een mini-essay over: De burn-out van Franz Kafka. Verder vertelt Josse De Pauw over een plekje dat ik ken:
We waren toevallig in gesprek geraakt, op een bank in een achterafparkje, zo een waar weinig mensen weet van hebben. Vroeger een privétuin, later werd hij opengesteld voor het publiek. Grote, oude bomen, meestal eik, treurbeuk, kastanje, een moerascypres en verspreid over het parkje wat pioenenperken. (…)’
Mijn parkje ligt in Brugge, bezijden de Elzelstraat, Pastoor van Haeckeplantsoen. Weinig kans dat het ook dat van Josse De Pauw is, elke stad met manieren heeft wel zo’n achterafparkje. Scherp gezien van Josse. De boekenbijlage sluit af met een rubriek waarbij deze keer Vincent Van Meenen aan het woord komt. Over die mens schreef ik Het momentum van Vincent Van Meenen. Hij reageerde daar ook op: ‘Vooral mijn boeken lezen.’ Ik schreef terug: ‘En gij de mijne’, waaraan ik mijn recentste boek toevoegde, Vanaf de vuurtoren. Nu hoor ik van die gast niets meer. 
Flor Vandekerckhove

dinsdag 20 mei 2025

Luister naar wat deze Vlaamse te zeggen heeft

Brigitte Herremans.

Brigitte Herremans (°1979) is iemand met stevige standpunten betreffende Gaza: ‘Er is een genocide aan de gang. Ik heb geen geduld meer met mensen die zeggen dat dit een “complex” probleem is.’ En ze is het ook waard is om naar te luisteren. Zoals bijvoorbeeld naar wat ze hieronder zegt:
‘() DE MENS IS een wezen dat meerdere waarheden kan verdragen. Je kan zeggen dat Israël een koloniale staat is die in onrecht werd geboren. En je kan tegelijk vinden dat Israël bestaansrecht heeft. Je kan afstand nemen van de terreur van Hamas. En je kan tegelijk zeggen dat de strijd tegen terreur wordt ingezet om illegale doelstellingen te verwezenlijken. Je kan van mening zijn dat de Shoah onvergelijkbaar is met enig ander onrecht in de wereld. En je kan tegelijk zeggen dat antisemitisme niet mag misbruikt worden om elke kritische discussie over Israël of het zionisme dood te slaan. Ik ben erg ontgoocheld in de Israëlische elite, in mensen als Harari of David Grossman. Er volstrekt zich een genocide, maar ze doen er het zwijgen toe.’ (°)
Over de genocide in Gaza postte ik in 2024 al Kritiek uiten op Israël, mag dat?. En toen mijn geestesgenoot Ken Loach antisemitisme aangewreven werd omdat hij kritiek op de staat Israël uitte, publiceerde ik in 2018 Handen af van Ken Loach!.
Flor Vandekerckhove

(°) In DS, zaterdag 17 mei 2025, in een interview van Ruud Goossens.

vrijdag 2 mei 2025

Het voorspelbare einde van Tips

De Tips-camionette stond er altijd in ’t doorrijden en hij stond er ook altijd in ’t weerkeren.

TIPS — NEEN, HET GING niet goed met Tips, dat wist ik. ‘Kijk,’ zei ik telkens we die plek op de Brugse Steenweg passeerden, ‘hij is alweer aan ’t peuren, zo kan dat niet blijven duren.’ We zagen de camionette van Tips-uitgever Norbert Haeck altijd aan de Brugse Steenweg staan, echt altijd. Soms dacht ik daar ook de zakenman zelf te zien, aan de overkant, gezeten in het gras, naast de Noordede, met zijn peurstok in de weer, de Tips verwaarlozend. En nu is het zover, de editie van 30 april is de laatste Tips, het reclameblad heeft zestig jaar bestaan. (Flor Vandekerckhove)

Dit verhaal is een drabble, een verhaal van exact honderd woorden. In 2019 bundelde ik er zo 99 en Delphine Lecompte schreef het voorwoord. Zoals alle e-boeken (deze keer uitsluitend pdf) van De Lachende Visch is ook 99 extreem korte verhalen gratis voor elkeen die erom vraagt. Schrijf naar liefkemores@telenet.be (vermeld de titel) en vind het boek meteen in uw mailbox.

zaterdag 19 april 2025

Meer dan een miljoen!

Om De Laatste Vuurtorenwachter enige bekendheid te geven, wend ik me al eens tot Facebook, waar mijn pagina met een gefotoshopte hoofding opent.


OOIT VERDIENDE IK een bete broods in de reclame, waardoor ik blijvend oog kreeg voor zo’n dingen. Daardoor ook herinner ik me een warenhuisslogan uit 1989 die zei: ‘Twee miljoen klanten dat moet je verdienen, elke dag.’
Daar moet ik weer aan denken, nu hier bezijden te lezen staat dat De Laatste Vuurtorenwachter inmiddels meer dan een miljoen page views telt — niet weinig voor de literaire blog van een minor writer — waardoor ik me de warenhuisslogan mag toe-eigenen, zeggend: Een miljoen paginaweergaven dat moet je verdienen, elke dag. En ’t is waar ook, ik post elke dag wel iets.
Al die mensen komen niet zomaar naar de blog, het internet is zo groot, diep, dik & ver dat je die page views moet lokken. Daar komt mijn ervaring in de reclame me van pas, reclame is immers als fietsen, eens je ’t kunt, gaat het nooit meer weg. 
Het Visserijblad dat ik in 1988 in handen nam, had geen reclamebudget — het had zelfs geen budget tout court! — maar ik wist wel journaille te bespelen. Dit is bijvoorbeeld wat Michel Follet zegt, wanneer Humo hem op 12 maart 1992 interviewt. ‘Ik heb ooit iets willen maken over mensen die hun leven bewust een andere wending laten nemen: ik ken iemand van een jaar of veertig die in een reclamebureau werkte en werkelijk zákken geld verdiende; van de ene dag op de andere heeft hij zijn carrière opgegeven en is hij teruggegaan naar zijn geboortestreek, de kust. Daar geeft hij nu een blaadje over de visserij uit en voor de rest leeft hij van het bestaansminimum. Inmiddels heeft hij ook een roman geschreven. Zulke mensen interesseren mij.’ Het is niet allemaal waar, wat Pollet daar over mij beweert, maar ’t staat toch zwart op wit in HUMO. 
Genoeg! Laat me dit stinkend stukje eigen lof afronden met een populaire catchphrase, waarmee Emiel Goelenbij leven en welzijn telkens zijn consumentenprogramma afsloot: ‘U kijkt toch ook.
Flor Vandekerckhove

dinsdag 15 april 2025

En dat staat allemaal in de krant (Over An Olaerts, schrijver)



‘De Westhoek begint in Mannekensvere, een tankstation op de E40 richting Calais. Vroeger wandelden er soms mensen achter de vangrail, met een muts, een rugzak en hoop op beterschap. Nu staan er hekken in de middenberm, om de oversteek te ontraden. Je kon hier een veerboot nemen om de IJzer over te varen. Het parkeerterrein is kilometerslang afgezet met prikkeldraad. Bordjes met pictogrammen waarschuwen voor bloedende handpalmen en losse vingers. Mannekensvere is een stukje Fort Europa, met natodraad in het riet. Het is opgerold venijn met gegalvaniseerde scheermessen. Oorlogsgerief kan ook blinken in de zon.’
Verdient dat geen prijs? Is dat geen schoolvoorbeeld van het genoegen dat de schrijver mag ervaren als ‘de huid van het woord strak om het begrip zit.’  (Bomans’ woorden.) En je hoeft niet eens Oorlog & Vrede te doorploegen, ‘t staat gewoon in de krant. (°) 
Ik wil weten wie die woorden schrijft en stoot op de blog van An Olaerts⇲: ‘Groots en meeslepend willen we leven, jaja, maar wie sorteert de sokken? Met An Olaerts is het altijd al wat geweest. Meer dan 20 jaar schrijfwerken en krantenstukjes hebben ervoor gezorgd dat ze niet meer welkom is in de centrale gevangenis van Leuven. Dirk Draulans hoeft ze allicht niet meer te bellen. En met Club Med mag ze ook niet meer op vakantie.’ 
Ik wil nog. Er is, zie ik, een verhalenbundel (°°), dat boek kun je bij de Standaard kopen, maar niet als je ’t digitaal wil lezen. Het boek is niet gemaakt voor armoelijders als ik, dan maar weer de krant:
‘Een sirene loeit. Heel even is er alleen de wind en laagtij. En dan gaat het zand metershoog de lucht in. De duinen bonzen. Vissen springen uit het water. De krater is vijf meter diep. Daarna wordt het opnieuw stil. De zee gebaart van niks zoals vanouds.’

(°) “De oorlog is hier nog niet voorbij, mevrouw” Reportage van An Olaerts in DS zaterdag 22 maart 2025.
(°°) An Olaerts. ALTIJD WAT. Kleine mislukkingen van een middelbaar mens, 22.99 euro, 160 pagina’s, uitgegeven door Tzara, bij Standaard Uitgeverij. 2023. Gesigneerd exemplaar kan, e-boek niet. Gelukkig hebben ze ’t boekje ook in de bib en ’t is mooi weer, ik haal de fiets van stal.

dinsdag 29 oktober 2024

Meer moet dat niet zijn

Grafstenen op de Westerbegraafplaats van Gent. Doordat de burgemeester in de XIXde eeuw besliste dat ook niet-katholieken, en dus ook protestanten, er begraven mochten worden, werd de begraafplaats in de volksmond al vlug ‘het geuzenkerkhof’ genoemd. Rechts: Frank Depreitere, animator van de Gentse Persblog (foto Wim Depoortere.)



ZELF BEN IK een jongen van de kust, geboren in Oostende, getogen in Bredene waar ik nu ook mijn oude dag doorbreng. Mijn kinderen en kleinkinderen daarentegen zijn Gentenaars, net als heel mijn familie langs moederskant. Ik heb er zelf ook gewoond. 
Daardoor komt het dat De Laatste Vuurtorenwachter zijn licht al eens op Gent richt, wat soms een stukje oplevert, inmiddels zijn dat er al zo'n zeventig. Soms word ik daarin geholpen door de persblog.be van Frank Depreitere, een mens met een eigenzinnige kijk op Gent.
Kijk, nu doet hij het weer. November nadert, november dodenmaand, daar wil ik iets over schrijven. Vaag herinner ik me een indrukwekkend grote Gentse begraafplaats waar we in november naar de graven van mama’s overleden familie gingen zoeken. In Franks Persblog stoot ik op een foto van de Westerbegraafplaats. Daar toont hij me een grafsteen die me aan de parler-vrai van de Gentenaars herinnert. De overledene neemt zijn onverbloemde mening mee in het graf: NADA, NOPPES. 'ER IS HELEMAAL NIETS'.
Flor Vandekerckhove

De e-boeken (pdf) van De Lachende Visch zijn gratis. Mail erom (en vermeld de titel): liefkemores@telenet.be.

dinsdag 1 oktober 2024

Henri Rochefort of hoe je op papier driftig tekeergaat tegen ‘de elite’

Jan van Beers. Portret van Henri Rochefort. 1850.
Schilderij in het bezit van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen.

HIER in The Public Domain Review lees ik een essay (°) van Vlad Salomon. Die weet veel over Henri Rochefort (1831-1913), Franse journalist-populist, waarover ik nu voor ’t eerst iets verneem. Die Rochefort liet destijds in Parijs meer dan wat stof opwaaien, ’t was een kerel hoor, iemand die ’t stoken van onrust tot kunst verhief. Hij begon dan ook als schrijver van vaudevilles, hij wist hoe je met het woord een publiek aan ’t lachen brengt. Wat hij deed was niet zonder gevaar, in die tijd kon je ervoor in de bak vliegen, iets wat Rochefort meer dan eens overkwam en ook verbanning werd zijn deel. Wie ’t Engels machtig is, moet dat essay zeker lezen, ’t is lang, maar ge zult u niet vervelen. Wie daarentegen in de gauwte meer wil weten, klikt hier. Ge ziet, De Laatste Vuurtorenwachter heeft weer voor elk wat wils.
Joseph Conrad schreef een ironisch verhaal waarvoor Henri Rochefort model stond: The Informer. Ik vind niet meteen een Nederlandse vertaling en dus laat ik Google een paragraaf vertalen die je die figuur doet begrijpen: een onvervaarde demagoog met een scherpte pen. In Conrads verhaal staat X voor Henri Rochefort: 
“Wat ik heb verworven, heb ik verkregen via mijn geschriften; niet door de miljoenen pamfletten die gratis verspreid werden onder de hongerigen en de onderdrukten, maar door honderdduizenden exemplaren die verkocht werden aan de weldoorvoede burgerij. . . . Weet je dan nog niet,” zei X, “dat een luie en egoïstische klasse graag ziet dat onheil wordt aangericht, zelfs als dat op haar kosten gebeurt? Omdat haar eigen leven uit pose en gebaar bestaat, beseft ze de kracht en het gevaar niet van een echte beweging en van woorden die geen schijnbetekenis hebben. Het is allemaal plezier en sentiment. (…) De demagoog neemt de liefhebbers van emotie met zich mee. Amateurisme in dit, dat en nog wat anders is een heerlijk gemakkelijke manier om de tijd te doden en je eigen ijdelheid te voeden – de dwaze ijdelheid om op de hoogte te zijn van de ideeën van overmorgen.”
Hiernaast: kaft van de uitgave van juli 1868 van La Lanterne, krantje van Henri Rochefort, met een oplage die al eens de honderdduizend overschreed.
 
(°) Vlad Solomon. Talking Lightly About Serious Things. Henri Rochefort and the Origins of French Populism. Hier in The Public Domain Review.

woensdag 25 september 2024

Was Dmitri Sjostakovitsj een verborgen dissident?

Dmitri Sjostakovitsj en Solomon Volkov in Moskou, 1974.



IN SEPTEMBER 2023 post ik een stukje over Dimitri Sjostakovitsj, musicus die in Rusland een carrière onder Stalin maakt. Wat ik schrijf haal ik grotendeels uit Sjostakovitsj’ memoires, zoals opgetekend door Solomon Volkov. Over die bron is veel te doen geweest, discussies die in Amerika samengevat worden als het ‘Shostakovich debate’. Twee kampen staan tegenover elkaar: zij die van mening zijn dat Volkovs boek, Testimony, Sjostakovitsjs authentieke memoires zijn, de anderen betwisten dat. 
Sjostakovitsj (1906-'75) leeft in de Sovjet-Unie. De buitenwereld ziet hem als de muzikale laureaat van dat regime, componist die muziek schrijft voor Sovjetvieringen, voor Sovjetfilms ook (inclusief met Stalin in heroïsche bewoordingen). Rijkelijk gevierd door het Sovjetsysteem bekleedt Sjostakovitsj verschillende openbare functies, in 1960 treedt hij toe tot de Communistische Partij. Bij culturele Sovjetevenementen leest hij vaak officiële toespraken voor en nooit uit hij publiekelijk onenigheid. (Bij twee gelegenheden - in 1937 en in 1948 - loopt hij gevaar omdat hij niet levert wat men van hem verwacht.) Wanneer Sjostakovitsj in 1975 sterft, wordt zijn geloof in het communisme nauwelijks in twijfel getrokken, men ziet zijn werk als geschreven in expliciete solidariteit met het Sovjetsysteem of als ‘pure muziek’.
Die visie begint te schuiven wanneer de door Volkov geredigeerde memoires van Sjostakovitsj verschijnen, de musicus heeft zijn herinneringen aan die muziekjournalist verteld. Het boek wordt naar de VS gesmokkeld, vertaald en in 1979 gepubliceerd. Testimony veroorzaakt zowel in het Westen als in de USSR opwinding. Sjostakovitsj’ imago verandert door het boek dat vernietigend is voor het stalinisme, ook merkwaardig zijn Sjostakovitsj’ beweringen dat veel van de zogenaamd zuivere composities verborgen muzikale symbolen van onenigheid bevatten.
Het boek kent meteen voor- en tegenstanders. Voorstanders zijn van mening dat Sjostakovitsj een groot deel van zijn leven in conflict leeft met het Sovjetregime. In deze visie wordt de componist vaak omschreven als een ‘verborgen dissident’, een die zich onthoudt van openbare verbale uitingen, maar zijn kritiek via muziek tot uiting brengt. Sommigen vergelijken de impact van de memoires op de muzikale wereld met die van 
Solzjenitsyns’ Goelag Archipel op het algemene publiek. Tegenstanders daarentegen zien Testimony — 'voor zover er al iets van te geloven is' — als een poging om Sjostakovitsj’ leven te herschrijven en te rechtvaardigen. Suggesties dat Sjostakovitsj' muziek verborgen betekenissen bevat, vinden ze onzin.
’t Is voor een ‘muziekleek’ als ik een moeilijk debat, waarin ingenomen stellingen misschien wel meer zeggen over de vooroordelen van deze die ze uit dan wat ze ons over de waarheid leren, zelf durf ik geen keuze te maken, gesteld dat ik dat al zou moeten. Hoe complex dat debat is, mag bijvoorbeeld blijken uit de mening van Maxim, Sjostakovitsj’ zoon, die toen hij in de Sovjet-Unie woonde, de inhoud van Testimony verwierp, iets wat hij herzag toen hij in het Westen kwam wonen, in 1986 zei hij aan de BBC: ‘Het is waar. Het is accuraat. (…) De basis van het boek is correct.’ In beide gevallen had Maxim uiteraard zelf belang bij wat hij zei.
Flor Vandekerckhove

(°) Solomon Volkov, Testimony. The Memoirs of Dmitri Shostakovich. 238 p. Faber & Faber Ltd, London. 1981. © Solomon Volkov 1979. Er is ook een Nederlandstalige editie. Over dat boek schreef ik eerder al Sjostakovitsj over Stalin.

donderdag 22 augustus 2024

Soortement boerderij der dieren

Tekening Mireille Vanblaere, foto hier in Wikipedia.



MIREILLE VANBLAERE STUURT me een pas door haar gemaakte tekening: twee kippen, beide full colour, van elkaar gescheiden door een blank gehouden kattenkop. De opengesperde kattenmuil maakt de situatie duidelijk: de jager staat op ’t punt toe te slaan. Schrikken de kippen? Ze kijken eerder onbegrijpend — gebeurt er iets?! — waarmee Vanblaere een kort moment in ons aller bestaan vastlegt, het momentum vlak voordat de waarheid zich in verschrikkelijke hevigheid aan ons, onoplettenden, openbaart. 
Ik zoek een equivalent in de geschiedenis en kies voor een groepsfoto uit 1933. We zien ‘Het Nederlandse en Vlaamse auteursbanket’ een literair evenement dat in dat jaar op 26 augustus doorgaat. In Deerlijk of all places. Merkwaardig detail: op dezelfde dag viert ook de Bond van de Kroostrijke Gezinnen daar zijn verjaardag, ik weet niet of er een verband is. Hoe dan ook, iedereen tekent present, we zien een hele generatie Nederlandse en Vlaamse schrijvers in één frame. Wikipedia vermeldt in de legende alle namen en zo herkennen we aan de dis (34) Willem Elsschot, (38) Henriette Roland Holst, (39) Marnix Gijsen, (43) Stijn Streuvels, (44) Jan Greshoff, (45) Arthur van Schendel… [Helaas pindakaas, 't is te mooi om waar te zijn. Hoe de vork juist aan de steel zit, leest u in een vervolgstuk: Weer naar Deerlijk.]
Edgar Ansel Mowrer is er in Deerlijk niet bij. Da’s logisch, hij is geen Nederlandse of Vlaamse schrijver en van de Kroostrijke Gezinnen is hij evenmin. Hij is een Amerikaanse journalist, correspondent in Berlijn. En hij doet dat goed, in 1933 wint hij een Pulitzer Prize for Correspondencevoor zijn reportages over Hitlers opkomst. In dat jaar verschijnt ook zijn boek Germany Puts the Clock Back (Duitsland draait de klok terug) dat je op 't internet, hier en daar⇲, volledig kunt lezen. Mowrer laat er in zijn werk geen twijfel over bestaan, hij beschrijft onomwonden de opengesperde muil van het nazisme. De nazi’s belagen er hem voor, collega’s vrezen voor zijn leven, de krant haalt hem uit Duitsland weg. Dat gebeurt omzeggens op hetzelfde moment dat de Nederlandstalige schrijvers in Deerlijk kip verorberen. De foto toont daarmee, net als de tekening van Vanblaere, een kort moment in het bestaan, het momentum vlak voor de waarheid zich in verschrikkelijke hevigheid aan onoplettenden openbaart.
Flor Vandekerckhove


Edgar Mowrer. Germany Puts the Clock Back. 325 pp. Uitg. John Lane Company. 1933.

woensdag 7 augustus 2024

Dimitri Verhulst en De krochten van de kroeg

Dimitri Verhulst


DS Weekblad brengt een zomer lang wekelijks twee mensen bij elkaar, twee persoonlijkheden, verschillende achtergrond, andere leeftijd, verschillende bezigheden. Ze praten met elkaar en met de interviewers. Deze keer zijn dat auteur Dimitri Verhulst en Amir Bachrouri die ze ‘de stem van een aanstormende generatie’ noemen. ’t Is ’t soort leesvoer dat een mens op ’t WC leest, maar soms is ’t waard om iets te onthouden. (°)
Vraagt Bahrouri: ‘Zou AI een boek van Dimitri Verhulst kunnen schrijven?’ Verhulst antwoordt: ‘Mijn vrouw heeft dat eens opgevraagd. De titel was: De krochten van de kroeg. Ik voelde me om te beginnen wreed getypecast. Dat was angstaanjagend, fokking goed geschreven. Ik dacht dat het effectief van mij was. (Schertsend) Nee, maar het was wel mijn schrijfstijl. Echt griezelig.’ De journalisten vragen of het angst inboezemt: ‘Het gaat natuurlijk voorbij aan wat kunst is. Ik probeer een gevoel of gedachte over te brengen. Dat doet zo’n ding niet. Wat dat betreft zie ik AI niet als een concurrent. Maar het is wel angstaanjagend. Je moet weten dat die technologie volgende maand al veel beter zal zijn.’
Verhulst zegt interessante dingen, ten eerste dat artificiële intelligentie nu al in staat is om een boek à la Verhulst te schrijven en ten tweede dat AI in een rotvaart aan ’t verbeteren is, we hebben bijlange 't einde niet gezien. 
AI is weer een nieuwe stap in een evolutie die al lang bezig is, in 2012 door Alessandro Baricco beschreven in De barbaren en door Kenneth Goldsmith in Wasting Time on the Internet (2016). Goldsmith is stellig: ‘Literatoren die nu gelauwerd worden,’ zegt hij, 'doen nog altijd ’t zelfde als hun negentiende eeuwse collega’s: personages creëren rond een plot. Schilders daarentegen zijn verplicht geweest zich te heroriënteren, de fotografie had hun vertrouwde terrein bezet, schilders moesten wel op zoek naar iets anders.’ Volgens Goldsmith zal ’t internet soortgelijk effect op literatuur hebben. 
Missen mainstreamliteratoren, zoals Dimitri Verhulst, de boot? Wellicht wel ja. Zegt Verhulst in het interview: ‘Drieduizend exemplaren volstaan niet om er fulltime mee bezig te zijn. (…) Ja, ik heb achteraf gezien soms wel een roman te snel uitgegeven. Dat heeft natuurlijk te maken met de economische realiteit: geen boek wil zeggen geen inkomen. Op een bepaald moment moet je inzien dat je broodschrijver bent. Dat is niet sexy, maar het is wel zo. Omdat je daardoor soms in functie denkt van de rekening die betaald moet worden. Ik word heel zenuwachtig van financiën.’
Neen, in zo'n geval verkeer je niet in de mogelijkheid om uit te zoeken 
wat literatuur kan betekenen in een tijdperk waarin artificiële intelligentie het van de broodschrijvers overneemt.
Flor Vandekerckhove

(°) De Standaard Weekblad. 27 juli 2024. Plage Centrale. Door Ruben Aerts en Josephine Depaah.

In mijn schrijfpraktijk denk ik na over 'literatuur in het tijdperk van de digitalisering'. GAUW!5 is een van de manieren waarop ik dat doe. Vraag een exemplaar. De e-boeken (pdf en epub) van De Lachende Visch zijn gratis. Mail erom (en vermeld de titel): liefkemores@telenet.be.

dinsdag 30 juli 2024

Ah, hoe zoet smaakt de tol van de roem

Foto Lisa Van Damme, in DS 15 december 2012.


TWEE KEER kom ik voor in een paginalang artikel van een grote krant. De eerste keer is dat op 11 juni 1996, De Morgen noemt me in één adem met de Britse koning Edward XIII en met toenmalig CVP-voorzitter Johan Van Hecke. Ik schrijf erover in Afscheid van de schilderkunst. De andere keer is dat in De Standaard, op 't einde van 2012, daar rest op ’t internet een spoorvan. 
Dat betekent wel iets, een bladzijde in zo’n krant, De Morgen is iets anders dan De Zeewacht hé en De Standaard is Het Laatste Nieuws niet. Als je naam zo’n kwaliteitskrant⇲ haalt, weet je niet goed wat je nadien overkomt: mensen die je anders niet zien staan, nemen opeens hun hoed af (dat gaat gauw weer over hoor.) En wat ook gebeurt is dit: na die bladzijde in 1996 kreeg ik een telefoontje van Leen en ook een van Daisy, twee dames waarmee ik lang geleden wel eens het bed gedeeld had — los van elkaar hé — en die daar plotsklaps aan herinnerd werden. (Ze hadden beiden mijn telefoonnummer van Douglas De Coninck gekregen, de snoodaard.) Na de bladzijde in De Standaard was het Gerdje uit Borgerhout die weer contact met me opnam. Zij herinnerde zich onze zomerliefde, ze was dertien, ik twaalf. Zestig jaar later zagen we elkaar weer — ah hoe zoet smaakt de tol van de roem! — ik schrijf erover in Zomerliefde.
Flor Vandekerckhove

maandag 29 juli 2024

In de krant gevonden poëzie

WAT een readymade is in de beeldende kunsten, is gevonden poëzie in de literatuur. Paul van Ostaijen heeft het gedaan, K. Schippers, Jules Deelder, Armando, Cornelis Bastiaan Vaandrager, C. Buddingh' en Peter Holvoet-Hanssen. En ook ik. De drie faits divers die ik hieronder op YouTube voordraag zijn gevonden poëzie, ’t zijn krantenberichten tot literatuur verheven. Wie wil lezen kijkt daar, wie wil luisteren kan hieronder terecht, de gif is van van Bill Domonkos(Flor Vandekerckhove)


www.youtube.com/watch?v=2qCIe-yo8ws

zaterdag 20 juli 2024

De ene pil is de andere niet



IN DE KRANT staat een regelmatig terugkomende rubriek die Wetenschapswinkel heet. Lezers stellen vragen, waarop wetenschapsjournalisten als bijvoorbeeld Tomas van Dijk vervolgens een correct antwoord formuleren. (°) Op 8 juli luidt de vraag: Wat gebeurt er als je als man de pil slikt? Ik vat het antwoord samen: er gebeurt niets, maar als je ’t maanden aan een stuk doet, krijg je ferme borsten.
De vraag doet me denken aan een andere: Wat gebeurt er als een vrouw Viagra slikt? Ik weet niet of Tomas van Dijk daar al een wetenschappelijk antwoord op klaar heeft staan, maar sinds 2020 ken ik wel een pornografisch antwoord. Dat komt zo: in 2020 bestelt ene Charlie Hédo een boek van me. Die naam blijkt het pseudoniem te zijn van een auteur die zich bekent tot ‘de grotendeels verborgen stroming der pornografische literatuur.’ We schrijven een beetje over en weer, Charlie en ik, waarover ik verslag uitbreng in Heden penetreren we de wereld van Charlie Hédo, een verhelderend stukje voorwaar. Hédo zendt me ter illustratie een verhaal, waarin de vrouw des huizes Viagra slikt en dit is wat er vervolgens gebeurt: ‘Zij stond stijf van de opwinding, al haar spieren waren gespannen, haar tepels priemden vooruit, haar dijspieren leken zich klaar te houden voor een spurt, haar kuiten puilden uit, haar rug kromde zich, als bij een kat die klaar is om te springen, haar nekspieren trilden en haar ogen waren bloeddoorlopen.’ De butler van dit welstellende gezin — een ‘neger’, zoals Charlie ’t formuleert — moet eraan geloven: ‘Ze had zijn gat al langer bloot gemaakt en nu trok ze zijn broek helemaal af. Op dat moment knikte de neger zijn kont naar voor en dreef hij zijn gevaarte in haar spleet.’ Het gezellig samenzijn eindigt als volgt: ‘Genevieve kneep de zwarte ballen leeg en ze zoog haar mond op de zijne alsof er zo ook nog zaad te krijgen was en ze wilde niet dat het ophield maar op den duur viel de neger toch stil, want hij was geen neukmachine, hij was geen melkmachine, nee, hij was leeg.’
Flor Vandekerckhove

(°) De Standaard. Wetenschapswinkel. Vragen richt je aan wetenschapswinkel@standaard.be onder vermelding van naam en woonplaats.

donderdag 4 juli 2024

Rudi Vranckx ontmoet Walter Benjamin



IN een krantenbijlage (°) lees ik wat Rudi Vranckx op de vooravond van zijn pensioen zegt: 
‘Ik was zo naïef om te geloven dat de wereld erop zou vooruitgaan en had nooit kunnen bevroeden dat we nog een oorlog als die in Gaza zouden meemaken. En dan bedoel ik niet dat daar al meer bommen gegooid zijn dan in de Tweede Wereldoorlog. Ik bedoel de ontmenselijking. Gebrek aan mededogen is het eerste maar heldere teken dat een cultuur op het punt staat in barbarij te vervallen, zei Hannah Arendt. Wel, dit is een tijd van barbarij. Het moreel kompas is compleet tilt geslagen.’ 
’t Is de mening van iemand die goed toekijkt, veel beter dan ik, maar mij verwondert die barbarij niet. ’t Klinkt pretentieus als ik dat zeg en ik beklaag me alweer dat ik 't gedaan heb, maar volgens mij houdt het gewoon niet op. Telkens je denkt dat we het nu wel gezien hebben, komt er weer een schep bovenop te liggen. Ik hang in deze de woorden van Walter Benjamin aan die in Over het begrip geschiedenis (1940) schrijft: 
[Het gelaat van de engel van de geschiedenis] is naar het verleden gewend. Waar wij een reeks gebeurtenissen waarnemen, ziet hij één enkele catastrofe en daarin wordt zonder enig respijt puinhoop op puinhoop gestapeld, die hem voor de voeten geworpen wordt. De engel zou wel willen blijven, de doden tot leven wekken en de brokstukken weer helen. Maar zijn vleugels vangen de wind die uit het paradijs waait, een storm zo hevig dat hij ze niet kan stuiten. Deze storm stuwt hem onweerstaanbaar voort, de toekomst in die hij de rug heeft toegekeerd, terwijl de stapel puin vóór hem tot aan de hemel groeit. Deze storm is wat wij vooruitgang noemen.’ (°°)

(°) Jelle Van Riet interviewt Rudi Vranckx in Italië, 6 maanden voor hij 65 wordt. DSWeekblad, 29 juni 2024.
(°°) Walter Benjamin. Thesis IX in On the concept of history. (1940).

woensdag 3 juli 2024

De Tour en wat ik me ervan uit mijn kindertijd herinner

Maurice Garin (Frankrijk)


NU volg ik de gebeurtenissen in de Tour de France niet meer, maar ooit was dat wel anders. De liefde voor de wielersport had ik van vader die enthousiast over de glorietijd van zijn maat Oscar Goethals kon vertellen. Ik herinner me namen die u wellicht niets (meer) zeggen, zoals Pino Cerami, Michel Van Aerde, Jan Adriaensens, Raymond Impanis en ook de onlangs overleden Gilbert Desmet. Ik ken die renners van vóór 1962, toen ze in de nationale Belgische ploeg voor de Tour aantraden. Als knaap knipte ik hun foto’s uit de krant.
Er was nog geen tv in huis, papa en ik volgden de Tour op het kleine scherm in Alida’s café. Enkele uren na de aankomst fietste er al een jongen door de straat die Tour de France riep en Uitslag van de rit. Hij verkocht de speciale editie van Het Volk, krantje dat vlak na de arrivée met vliegtuigjes in Vlaamse beemden gedropt werd, waarna loopjongens het tot bij de nieuwsgierige massa’s brachten (op Wikipedia lees ik dat de oplage van dat ‘rondegazetje’ 120.000 stuks kon bedragen.) Telkens zocht ik daarin naar de weggestopte muis in Thomas Pips. Aan die cartoon hing een column vast, geschreven door Michel Casteels, Gentse journalist die ik dik twintig jaar later persoonlijk leerde kennen. Mijn herinneringen aan die mens schreef ik neer in Herinneringen aan journalist Michel Casteels, a.k.a. Piet Korrel.
Nooit heb ik 
bij een sportwedstrijd meer blijdschap gevoeld dan wanneer ik vernam dat onze plaatselijke wielerheld Marcel Seynaeve in 1963 in de Ronde van Frankrijk mocht aantreden. Zijn deelname was helaas kort van duur.